Posts tonen met het label actualiteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label actualiteit. Alle posts tonen

maandag 26 oktober 2020

Zelfverdoving

Troost zoeken, zo zou ik het niet (meer) noemen. Het begint eerder op verdoven te lijken. Op zelfverdoving. Bedwelmende middelen van dienst zijn dan (de ook al zeldzaam geworden) live-uitzendingen van wielerwedstrijden, dvd's van crime series, en boeken. Veel boeken. Aangevuld met sloten koffie. En af en toe een stom tv-programma waarbij ik het verstand op nul kan zetten.

Zelfverdoving dus. Om te kunnen omgaan met de wereld waarin we de komende maanden, de volgende jaren nog, moeten leven. Om te kunnen overleven in de wereld waarin we willens-nillens zijn aanbeland. Een wereld waarin de bewoners stilaan worden ingedeeld in 'de goeien' (zij die alle coronamaatregelen volgen) en 'de slechten' (alle anderen). Een wereld waarin culpabiliseren en met-het-vingertje-wijzen een nieuwe, nationale sport is geworden ("het is de fout van 'de' jongeren", "het is de fout van 'de' reizigers", "het is de fout van 'de' schrijvers van open brieven"...). Een wereld waarin mensen worden aangezet om mekaar te verklikken ("hier loopt iemand zonder mondmasker", "hier geeft iemand een feestje"...). Een wereld waarin je je medemens niet meer mag vastpakken, ook al heeft die het moeilijk. 

Zelfverdoving dus. Om nog enigszins te kunnen standhouden in een wereld waarin mensen in héél korte tijd is aangeleerd vies te zijn van mekaar, waarin voorbijgangers met een snotneusje of een kuchje in het beste geval als melaatse maar vaker nog als potentiële moordenaar worden bekeken én bestempeld. Een wereld waarin we mekaars gezicht niet meer kunnen en mogen zien, weggestoken achter al die mondmaskers, die dan nog eens duchtig op straat en in de al zo schaarse natuur worden weggegooid ("het zijn tenslotte wegwerpmondmaskers, meneer"). Een wereld ook waarin steeds meer volstrekt onschuldige handelingen meteen met forse boetes worden bestraft (op een bankje zitten, op meer dan een paar kilometer van je huis een boswandeling gaan maken, je zonder mondmasker op een volstrekt verlaten jaagpad begeven...): dieven en andere zogenaamd kleine criminelen kwamen er de afgelopen maanden vaak véél goedkoper vanaf.

dinsdag 10 december 2013

Madiba

Madiba 1918-2013
Madiba is dood en begraven. Wereldleiders uit de vier windstreken brachten de eerste zwarte president van Zuid-Afrika nog een laatste eresaluut. En ik, ik moest tijdens de begrafenis van Nelson Mandela denken aan de eerste twee weken van december 2007. Toen zat ik met een bende jonge maar getalenteerde muzikanten zelf in Zuid-Afrika. Voor het Southern Wind-project, met een blank jeugdorkest van bij ons (Transpiradansa!) en zwarte zanger(e)s(sen) van ginder. 

Het werd een onvergetelijke trip. Al moest ik bij het heengaan van hét symbool van de strijd tegen de apartheid vaststellen dat de herinneringen aan dat prachtige land vol tegenstrijdigheden al serieuze vervagingsverschijnselen beginnen te vertonen.

Gelukkig heb ik van die orkestreis enkele dagboeknotities bijgehouden. Ik heb ze nog eens opgediept en doorgenomen. En het begon alweer te kriebelen om nog eens naar ginds af te reizen...

Tranpsiradansa! met Southern Wind

Aan de ene kant van de snelweg een nette wijk met relatief kleine maar mooie huizen, allemaal afgeschermd met een hek en - zoals in alle betere wijken - daarop de naam van de beveiligingsfirma die er de bewaking waarneemt. Aan de andere kant van diezelfde snelweg een krottenwijk, met in golfplaten opgetrokken barakken. Veel contrasterender kon het beeld bij het binnenrijden van Johannesburg nauwelijks zijn.

Een wolkbreuk die de straten in een mum van tijd blank zet. Meer zelfs: een regenval die zo hevig is dat een bruine waterstroom alle verkeer quasi onmogelijk maakt. Ook dat is Zuid-Afrika.

We ondervonden het bij ons bezoek aan het Ipelegeng-centrum in Soweto. Soweto is de South Western Township van Johannesburg waar de zwarte bevolking in de beginjaren van de Apartheid, bijna zestig jaar geleden, naartoe werd gedreven. Jo’burg was toen dé stad van de goudontginning. Zwarten werden er door de blanke industriëlen uitgebuit: ze moesten er werken in miserabele omstandigheden voor bijna geen geld. Van heinde en verre kwamen ze naar Johannesburg maar huisvesting kregen ze er aanvankelijk niet. Het ontstaan van de township was – hoe pover de behuizing ook – een resultaat van één van de vele sociale ‘struggles’ van de autochtone bevolking in de naoorlogse jaren.

Op weg naar Soweto hebben we eindelijk, het échte Zuid-Afrika gezien. Johannesburg is, let’s face it, een vrij westerse stad. Het is maar bij het verlaten van het centrum en het binnenrijden van de buitenwijken dat je het echte plaatje te zien krijgt. De barakken waarin de zwarten wonen, de kinderen die op straat spelen zonder westers of ander speelgoed, de mensen die noodgedwongen het grootste deel van de dag op straat doorbrengen, de armen die op de vuilnisbelt op zoek gaan naar nog bruikbare materialen, een huwelijk – jawel – dat door heel de wijk luidruchtig wordt meegevierd... We kregen het in nauwelijks een halfuur tijd allemaal voorgeschoteld.

We konden ter plekke uiteraard ook niet buiten twee musea over het meest verschrikkelijke deel van de recente Zuid-Afrikaanse geschiedenis...

We bezochten het Apartheidsmuseum. Van een aangrijpende belevenis gesproken. Met videobeelden, pancartes, beelden, verhalen en authentieke documenten, in een heel indrukwekkende setting, liepen we zo door enkele decennia van rassensegregatie én kregen we bovendien de historische achtergronden van een van de meest afschuwelijke politieke systemen van geïnstitutionaliseerd racisme voorgeschoteld. Onze zwarte zanger(e)s(sen) wilden niet mee naar binnen. "Een té emotionele belevenis", klonk het.

Nadien naar het Hector Peterson-museum gereden – na ruim een halfuur wachten omdat de straten zo goed als overstroomd waren. Alweer een beklemmende ervaring. De 13 jaar jonge knaap naar wie het museum werd genoemd, was maar één van de 565 jongeren die op 16 juni 1976 omkwam toen de politie het vuur opende op een massabetoging van zwarte scholieren. Die protesteerden tegen het feit dat ze hun lessen biologie, aardrijkskunde of wiskunde niet alleen in het Engels – voor hen, na onder meer het Zulu ook al een tweede taal – maar voortaan ook in het Afrikaans zouden krijgen (de taal die door de Nederlandse kolonisator al in de 17de eeuw in het zuiden van het zwarte continent
werd ingevoerd).

Internationals, nota bene - speelde zich een ontroerend moment af. Op een van de laatste nummers begon een oudere dame helemaal alleen voor het podium te dansen.

Mama Soweto
Toen we aan het eind van onze concertreis in een uitgeleefd zaaltje in de sloppenwijken van Soweto een concert mochten spelen - samen met de Vlaamse band

Onze dirigent kreeg er zowaar tranen van in de ogen. En ik, ik heb er een foto van genomen. En bij terugkomst, in ons koude Belgenlandje, heb ik er een liedtekst over geschreven, later nog ingezongen en opgenomen door onze Zuid-Afrikaanse vrienden. Want alleen zij konden zo goed de hoop vertolken in de blues van een song.



De blues is niet verdwenen met het afschaffen van de apartheid.
Met het heengaan van Madiba zal (hopelijk) ook de hoop niet verdwijnen.


Mama Soweto

A sunny Jo’burg
Soweto Sunday
When you were dancing
While we just played our song

Y’looked like the old girl
Who walks the Streets of London
With clothes as rags that fit in two bags
Like everything you own

Your flashy worn out sneakers
Never did take you elsewhere
Like fate did never lead you
to grief or to despair

So you keep dancing, Mama
As lonely as you do
And we’ll keep tryin’ to join you in chantin’:
“Amandla awethu” 


dinsdag 9 april 2013

RIP Maggie

Dat Margaret Thatcher de Zuid-Afrikaanse vrijheidsstrijder Nelson Mandela een terrorist noemde en de Chileense dictator Pinochet een vriend, dat was misschien wat bij het (very British) haar getrokken.

RIP Margaret Thatcher (1925-2013).
Dat ze mordicus vasthield aan de ultraliberale theorieën van de Amerikaan Milton Friedman en zijn Oostenrijkse geestesgenoot Friedrich Hayek, beiden Nobelprijswinnaars voor Economie midden de jaren '70, kon je haar ook verwijten - vandaag doen weinig opinie- en beleidsmakers nog afbreuk aan de op zijn minst minimaal sociaal gecorrigeerde vrijemarkteconomie, maar daar wilde the Iron Lady als kind van haar tijd niet van weten. Daarom was ze ook een koele en eerder opportunistische minnaar van de EU: zolang de eengemaakte markt de Britse bedrijven ongebreidelde exportmogelijkheden bood, had ze wel wat geld veil voor Europa, maar zodra 'het monster van Brussel' te veel regeltjes begon op te leggen, speelde haar allesoverheersende allergie voor het socialisme weer hevig op en riep ze "I want my money back".

Noem haar koppig, noem haar onverzettelijk, een windhaan was Margaret Thatcher-Roberts in ieder geval niet. Waren het de paramilitairen van het IRA, de Argentijnse junta op de Falklands of de mijnwerkers van haar legendarische 'rode' aartsvijand en vakbondsleider Arthur Scargill, allemaal verloren ze de strijd tegen de eerste, enige en langst regerende premier van het Verenigd Koninkrijk in de 20ste eeuw.

Nu valt er wel één en ander te zeggen over haar economische en sociale visie (hoewel, sociaal... in het woordenboek van Thatcher, die alle heil verwachtte van het individu en bij uitbreiding van de optelsom van alle individuele prestaties, was geen plaats voor begrippen als 'gemeenschap' of 'solidariteit', getuige daarvan haar bekende quote "There is no such thing as society"). Als politica, roept ze hoe dan ook bewondering op. Al was het maar omwille van de door haar consequent gehanteerde stijl.

Zij was niet degene die haar bevolking probeerde te plezieren, ze zei niet die dingen waarvan ze dacht dat ze bij haar kiezers zouden scoren. Zij was niet degene die (van 1979 tot 1990) regeerde bij gratie van de waan van de dag, ze wrong zich niet in honderden bochten om eerdere beslissingen af te zwakken of terug te komen op ingenomen standpunten. Margaret Thatcher, dat moet je haar nageven, was een politica met visie én met dadendrang. Loodgieterij en het betere bochtenwerk waren niet aan haar besteed. Ze deed wat ze zei. Punt.

Smachten we daar in deze getormenteerde tijden niet allemaal naar? Naar politici die zelf een duidelijke visie ontwikkelen en, zodra ze aan de macht zijn, die ook volgen in het door hen uitgestippelde beleid? Naar bewindvoerders die kiezers zoeken om de in hun politieke programma uitgestippelde ideeën te steunen, in plaats van - zoals het al te vaak gebeurt - na te gaan wat de mainstream ideeën van de kiezers zijn om daar dan een halfslachtig programma rond te bouwen? Van die laatste soort lopen er in de Wetstraat én de Dorpsstraat al te veel rond, als je 't mij vraagt. En het is van die soort dat ik 'uksels' krijg.

Je kunt Margaret Thatcher dan wel verketteren omwille van haar sociale afbraakwerken, als standvastige politieke rots in de branding heeft ze voor heelder generaties policy makers na haar een voorbeeld gesteld. Laat dat, wat mij betreft, haar voornaamste legacy zijn.

vrijdag 22 maart 2013

Koffiejunk

Iedereen heeft recht op een afwijking, het is één van mijn geliefkoosde uitspraken ofte vaak uitgesproken boutades. Weze het een fobietje, een uit de hand gelopen hobby of een verslaving.

Qua fobieën hou ik het bij hoogtevrees (ik kruip zonder veel problemen op een ladder maar laat me in de buitenlucht zonder veel houvast een te steile trap of helling afdalen, met zicht op dal of afgrond, en het zweet en 'den bibber' breken me uit). Van enige verzamelwoede kun je mij niet echt verdenken maar verslavingen, ja, daarvan zijn er toch enkele mijn deel - zij het van het iets minder ernstige soort.

Al ben ik geen vaste klant van een drug- of andere hulplijn, toch heb ik in mijn medicijnkastje genoeg anti-allerigepillen en cortisonezalfjes om bij een inval van enkele Vlaamse dopingcontroleurs zonder pardon tegen de lamp te lopen. Eén geruststelling: ik ben niet echt een competitiebeest, laat staan een gedreven sporter (voor wie van eufemismen houdt: dit is in ieder geval een kanjer van een voorbeeld van deze ietwat verdoezelende stijlfiguur). En wat de verslaving an sich betreft: 't is niet dat ik dagelijks hunker naar die middeltjes, maar mijn overijverig immuunsysteem noopt me meer dan me lief is tot slikken en smeren. En tot krabben, al wil ik dat niet echt als een 'afhankelijkheid' zien. Ik beschouw die vorm van jeukbestrijding eerder als een 'onbedwingbare drang'.

Waaraan ik wel verslaafd ben, is de actualiteit. Neem me 's ochtends mijn dagelijkse portie met nieuws bedrukt krantenpapier af, en er valt met mij geen land meer te bezeilen. Om 19u is het Journaal op Eén vaste prik ten huize van ondergetekende en meer dan één nieuwssite heeft aan mij een ultraloyale bezoeker.

Over een andere verslaving - die aan de koers - had ik het eerder al op dit eigenste virtuele uksel-plekje. Van afkicken is tot nader order nog een sprake. Integendeel: dit voorjaar wentel ik me weer met graagte in mijn patiëntenrol als het over de kijken-naar-wielerwedstrijden-op-tv-gewenning gaat. Een dokter raadpleeg ik daar niet voor: de dreigende ontwenningsverschijnselen zouden van mij een minder aangenaam mens maken dan ik ben als tv-koersenjunkie (stilletjes in de zetel zittend, hooguit een glaasje water bij de hand, zonder de drang om de wedstrijd zelf te commentariëren, laat staan luidruchtige supportersgezangen aan te heffen of dito kreten te brullen).

Zo erg is mijn koffieverslaving nu ook weer niet...
De enige echte vorm van verslaving waarbij ik, af en toe, te maken krijg met tekenen van fysieke afhankelijkheid, is mijn koffie-addictie, mijn liefde voor het bittere zwarte vocht, voor een schamel bakje troost, voor dat (politiek incorrecte) negerzweet, voor het warme aftreksel van geroosterde koffiebonen... Al is koffie drinken bij mij vooral een soort plaatsgebonden ritueel: in mijn bureau in Puurs en op de redactievloer (als alibi om eens van achter die computer vandaan te komen) of op school, in de lectorenruimte, tussen twee lessen door.

Thuis staat er nooit een thermos klaar. Daar komt de Senseo pas in actie om bezoekers te verwennen of om de sporadisch opkomende zeurende hoofdpijn te verdrijven. Een hoofdpijn die me enkel in het weekend durft te teisteren. Net omdat mijn koffie-inname zich doorgaans uitsluitend op weekdagen situeert, gewoontedier als ik ben, en ik op zaterdag en zondag dat gebruik doorbreek. Tot die hoofdpijn dus begint op te spelen en ik bezwijk. Eén kopje is dan genoeg om de dag verder pijnloos door te komen.

Misschien moet ik toch wat proberen af te kicken. Al is thee geen alternatief: van warm water met een kleurtje en een geurtje word ik niet echt blij. Met één uitzondering. Als ik wat verkouden ben, krijg ik van mijn huisgenote Marokko-muntthee met honing. En met veel liefde. Daar kan zelfs een koffiejunk als ik niet aan weerstaan.