![]() |
| Een van de 'places to be' in Groot-Bijgaarden. |
Posts tonen met het label schrijven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijven. Alle posts tonen
zaterdag 21 juni 2014
Café des Sports
zondag 26 januari 2014
Bahamontes
Een beetje verweesd en troosteloos. Met zichzelf geen blijf wetend. Ietwat verveeld en lusteloos. Zo voelt een rechtgeaarde wielerliefhebber zich wanneer de oktoberklassieker van de vallende bladeren in Lombardije alweer zijn beslag heeft gekregen en de volle drie maanden tot het begin van het nieuwe wielerseizoen als een grote, gapende leegte voor hem liggen.
Aftellen is dan het enige wat de homo cyclisticus nog rest. Aftellen. En wachten. Ondertussen wat verstrooiing zoekend bij het veldrijden, al stilt dat wekelijkse uurtje modderploeteren of wielerschaatsen in bevroren velden de echte koershonger niet. Daarvoor worden die wedstrijden doorgaans te snel en met te weinig spankracht beslecht, is het peloton der gladiatoren op twee wielen té Vlaams en te klein en het aantal ter zake doende vedetten te dun gezaaid.
Aftellen is dan het enige wat de homo cyclisticus nog rest. Aftellen. En wachten. Ondertussen wat verstrooiing zoekend bij het veldrijden, al stilt dat wekelijkse uurtje modderploeteren of wielerschaatsen in bevroren velden de echte koershonger niet. Daarvoor worden die wedstrijden doorgaans te snel en met te weinig spankracht beslecht, is het peloton der gladiatoren op twee wielen té Vlaams en te klein en het aantal ter zake doende vedetten te dun gezaaid.
zaterdag 1 juni 2013
Bescheiden rolletje
"Bedankt voor de lessen", zei ze. Het klonk welgemeend.
"Graag gedaan", zei ik.
Een eerste eigen interview doen én uitschrijven. Dat was de laatste opdracht voor de goed 90 studenten aan wie ik het afgelopen academiejaar Journalistieke Praktijk en Introductie tot Redactie- en Interviewtechnieken mocht doceren. Studenten die het eerste jaar Journalistiek volgen aan de hogeschool die vernoemd is naar de lakenkoopman en makelaar die in de 14de eeuw als opstandelingenleider de (economische) strijd aanging met de Franse bezetter en vandaag de wandel en (vooral) handel in zijn stad nog steeds in het oog houdt van op de Vrijdagmarkt.
Hoe schrijf je een goed nieuwsbericht (weze het in een krant of op een nieuwssite, weze het eentje dat wordt voorgelezen op radio of tv)? Hoe ziet een degelijke nieuwskop eruit? Wat moet je al in de inleiding van een artikel schrijven en wat kan verderop nog worden verteld? Hoe ga je om met bronvermelding? Hoe moet je citaten correct verwerken? Hoe maak je van een Frans of Engelstalig telexbericht een kort (Nederlands) krantenstukje? Wat zijn de valkuilen van een door een overheids- of privé-instantie verstuurd persbericht waar je als journalist niet mag intrappen? En hoe zet je gesproken interviewtaal om in een correct Nederlands zonder de nuances en de sfeer van het gesprek geweld aan te doen?
Het zijn maar een paar van de vragen die we in de praktijklessen met die jonge journalisten in spe proberen te behandelen. Om hen een basis te bieden. Om hen op weg te helpen bij het realiseren van hun studie- en beroepsdromen. Of om hen met hun voetjes (soms vrij stevig) op de grond te zetten, dat gebeurt uiteraard ook.
In de laatste les van het semester moesten ze hun eerste volwaardige interview uitschrijven. Een interview dat ze enkele dagen of weken voordien - in veel gevallen waarschijnlijk met trillende benen en een bibberende stem - hadden afgenomen. En dan zat het erop, de praktijklessen die voor heel wat eerstejaarsstudenten Journalistiek steeds weer een heuse reality check blijken.
Twee dingen probeer ik hen allemaal, nog los van de inhoud van die lessen, op het hart te drukken:
(1) wees gebeten om te weten (volg de actualiteit en maak er een gewoonte van, een passie, om 'mee' te zijn met wat er rond jou en in de wereld gebeurt)
(2) wees journalistiek actief (schrijf of maak reportages, voor een heuse krant of een vrije radiozender, voor een studententijdschrift of een verenigingenblad, dat maakt niet zoveel uit, maar oefen je pen en je journalistiek instinct al tijdens je opleiding)
Wat ze daarvan onthouden en oppikken? Wat hun eigenlijke journalistieke dromen zijn? Dat kan ik niet inschatten. Wie weet zie ik er later wel ergens eentje opduiken in de media, eentje van wie ik kan zeggen: "Daaraan heb ik nog les gegeven" (al klinkt dat dan nogal pedant). Maar voor hetzelfde geld krijg ik tenenkrullende uksels van wat ik lees of hoor, en zwijg ik stilletjes over mijn (bescheiden) rol in de opleiding van de kersverse journalist in kwestie.
Toch kan ook een bescheiden rolletje cruciaal zijn (dat leerde ik in het amateurtheater).
Dus als één studente op het einde van de lessenreeks vriendelijk en oprecht "Bedankt voor de lessen" zegt, antwoord ik met plezier en even gemeend: "Graag gedaan".
"Graag gedaan", zei ik.
Een eerste eigen interview doen én uitschrijven. Dat was de laatste opdracht voor de goed 90 studenten aan wie ik het afgelopen academiejaar Journalistieke Praktijk en Introductie tot Redactie- en Interviewtechnieken mocht doceren. Studenten die het eerste jaar Journalistiek volgen aan de hogeschool die vernoemd is naar de lakenkoopman en makelaar die in de 14de eeuw als opstandelingenleider de (economische) strijd aanging met de Franse bezetter en vandaag de wandel en (vooral) handel in zijn stad nog steeds in het oog houdt van op de Vrijdagmarkt.
Hoe schrijf je een goed nieuwsbericht (weze het in een krant of op een nieuwssite, weze het eentje dat wordt voorgelezen op radio of tv)? Hoe ziet een degelijke nieuwskop eruit? Wat moet je al in de inleiding van een artikel schrijven en wat kan verderop nog worden verteld? Hoe ga je om met bronvermelding? Hoe moet je citaten correct verwerken? Hoe maak je van een Frans of Engelstalig telexbericht een kort (Nederlands) krantenstukje? Wat zijn de valkuilen van een door een overheids- of privé-instantie verstuurd persbericht waar je als journalist niet mag intrappen? En hoe zet je gesproken interviewtaal om in een correct Nederlands zonder de nuances en de sfeer van het gesprek geweld aan te doen?
Het zijn maar een paar van de vragen die we in de praktijklessen met die jonge journalisten in spe proberen te behandelen. Om hen een basis te bieden. Om hen op weg te helpen bij het realiseren van hun studie- en beroepsdromen. Of om hen met hun voetjes (soms vrij stevig) op de grond te zetten, dat gebeurt uiteraard ook.
In de laatste les van het semester moesten ze hun eerste volwaardige interview uitschrijven. Een interview dat ze enkele dagen of weken voordien - in veel gevallen waarschijnlijk met trillende benen en een bibberende stem - hadden afgenomen. En dan zat het erop, de praktijklessen die voor heel wat eerstejaarsstudenten Journalistiek steeds weer een heuse reality check blijken.
Twee dingen probeer ik hen allemaal, nog los van de inhoud van die lessen, op het hart te drukken:
(1) wees gebeten om te weten (volg de actualiteit en maak er een gewoonte van, een passie, om 'mee' te zijn met wat er rond jou en in de wereld gebeurt)
(2) wees journalistiek actief (schrijf of maak reportages, voor een heuse krant of een vrije radiozender, voor een studententijdschrift of een verenigingenblad, dat maakt niet zoveel uit, maar oefen je pen en je journalistiek instinct al tijdens je opleiding)
Wat ze daarvan onthouden en oppikken? Wat hun eigenlijke journalistieke dromen zijn? Dat kan ik niet inschatten. Wie weet zie ik er later wel ergens eentje opduiken in de media, eentje van wie ik kan zeggen: "Daaraan heb ik nog les gegeven" (al klinkt dat dan nogal pedant). Maar voor hetzelfde geld krijg ik tenenkrullende uksels van wat ik lees of hoor, en zwijg ik stilletjes over mijn (bescheiden) rol in de opleiding van de kersverse journalist in kwestie.
Toch kan ook een bescheiden rolletje cruciaal zijn (dat leerde ik in het amateurtheater).
Dus als één studente op het einde van de lessenreeks vriendelijk en oprecht "Bedankt voor de lessen" zegt, antwoord ik met plezier en even gemeend: "Graag gedaan".
dinsdag 5 februari 2013
Eigen vel eerst
![]() |
| Josse De Pauw, schitterend in Met man en macht. |
In de sfeer (en van de makers) van Van vlees en bloed houdt de reeks ons Vlamingen alweer een pijnlijk herkenbare spiegel voor. De arena is deze keer de lokale politiek maar de personages zouden ook tegen een andere achtergrond hun niet-eens-zo-heel-erg-vergrote kleine kantjes perfect kunnen uitspelen. Toch blijft de politiek een dankbaar decor om een breed scala aan emoties en karaktertrekken tentoon te spreiden.
Ik heb er jarenlang zelf in rondgelopen, in die politieke arena. Eerst lokaal en regionaal, om als 'bleuke' mijn journalistieke vaardigheden aan te scherpen, en later ook tussen de grote jongens van de Wetstraat, toen ik voor de krant over economie en mobiliteit schreef en op de eerste rij stond om de historische Renault- en Sabena-verhalen te noteren en voor het nageslacht te bewaren.
Of het nooit gekriebeld heeft om zelf in de politiek te gaan? Nee. Dat zou te slecht zijn voor mijn bloeddruk. En aangezien stress eczeem nog verergert, zou politiek bedrijven mij bovendien nog meer jeuk bezorgen. Terwijl, als er iets is waarvan ik door Moeder Natuur al ten overvloede ben bediend, dan wel van 'uksels'...
Laat anderen dus maar elkaar (figuurlijk) de ogen uit krabben, ik wend mijn nagels alleen aan voor privé-doeleinden. Laat anderen dus maar vechten om hun politieke vel te redden, ik zorg wel voor het mijne. Eigen vel eerst, als het ware.
P.S.: Ik heb een poging ondernomen om een top tien van de (voor mij) beste Vlaamse fictiereeksen van de jongste jaren op te stellen (al is zo'n volgorde uiteraard arbitrair en sterk moment-afhankelijk):
- Quiz me quick
- Van vlees en bloed
- De Ronde
- Terug naar Oosterdonk
- Met man en macht
- Het eiland
- Het geslacht De Pauw
- De parelvissers
- Oud België
- De Raf en Ronny Show
Voor wie die laatste reeks niet kent: het ging om een humoristische VTM-sitcom die drie seizoenen heeft gelopen, met de onverbeterlijke Stany Crets en Peter Van Den Begin als twee werkloze losers die naast een appartement ook lief en leed deelden. Vooral seizoen drie was geweldig, omdat het zich - na een uit de hand gelopen vuurgevecht waarmee seizoen twee afsloot - volledig in de hemel afspeelde. Voor wie tijd en goesting heeft: hieronder alvast een van de weinige nog traceerbare afleveringen van die serie. Hi-la-risch!
zondag 27 januari 2013
Nog niets veranderd
Twaalf overvolle mappen vol krantenknipsels: dat is de oogst die ik in ruim vijftien jaar als journalist bijeen heb geschreven. Het laatste in Het Nieuwsblad gepubliceerde artikel van mijn hand dateert van 2006. Ik was toen al een paar jaar als eindredacteur aan de slag en dus niet meer zo 'zichtbaar' in de krant, al pleegde ik tussendoor nog wel eens een reportage, meestal in de culturele sfeer (van een Nekka Nacht-verslag over een recensie van De Nieuwe Snaar tot een reportage over het opkomende folkbalfenomeen).
In die twaalf knipselmappen moeten, volgens een berekende schatting, zo'n 6.250 artikels zitten. Ik heb ze allemaal bijgehouden, vanaf het eerste stukje met mijn initialen eronder (PDA, met de A van Asse) tot mijn laatste pennenvrucht op krantenpapier. Aanvankelijk was het uit een soort fierheid dat ik ze verzamelde - gestimuleerd door de trots van mijn familieleden ook, want 'een journalist in de familie', die bovendien voor een nationale krant schreef, ja, dat betekende wel wat! Later bleef ik het doen, meer uit gewoonte, en omdat het sneu zou zijn dat ondertussen al aardig aangevulde persoonlijke archief niet te vervolledigen.
Ik heb die hele collectie onlangs van de zolder gehaald, om er na al die jaren nog eens in te snuisteren. De knipsels zitten gelukkig allemaal keurig opgeborgen in plastic insteekmapjes, zodat ik bij het raadplegen ervan niet, vanwege het onvermijdelijke stof-van-jaren, geplaagd wordt door onbedwingbare nies- en jeukbuien (dat kan me zelfs overkomen wanneer ik een boek dat al jarenlang in de kast staat weer durf openslaan).
Bij die nostalgische duik in mijn eigen krantenarchief ben ik nogal wat beroemdheden tegengekomen met wie ik ooit de sofa (of de telefoonlijn) heb gedeeld: Gert en Sarah Bettens (van K's Choice), Louis Tobback, Frank Boeijen, Steve Stevaert, Josse De Pauw, Karel van Miert zaliger, Chris Lomme, Dirk Frimout, Johan Vande Lanotte, Lernout & Hauspie, Karel De Gucht, Jo De Meyere, Kris Peeters, wijlen Bram Vermeulen...
![]() |
| Alles komt terug... |
Wat ik ook heb ontdekt, zijn artikels die, zoveel jaar na datum, haast zonder wijzigingen nog de krant zouden kunnen halen. Over de spoorvakbonden die gaan staken tegen de hervormingen bij de NMBS: 'De trein is altijd een beetje staken' (10 november 2000). Over de uitzichtloosheid van het Joods-Palestijns conflict in Israël: 'We willen niet meer in zo'n nachtmerrie leven' (30 oktober 2000). Over de stijgende benzine- en dieselprijzen: 'Brandstof plundert rekening' (18 augustus 2000) - benzine zonder lood kostte toen 43,60 Belgische frank per liter, diesel 33,10 frank, en daarover werd ook al geklaagd...
Het meest frappante voorbeeld in dat rijtje is toch wel een artikel dat dateert van 26 mei 1999: 'Onze elektriciteit is peperduur'. Consumentenorganisatie Test-Aankoop stelt daarin vast dat de Belgische gezinnen gemiddeld bijna een kwart meer betalen voor hun elektriciteit dan de meeste andere Europeanen. En energiereus Electrabel? Die kondigt in hetzelfde artikel een tariefvermindering aan en belooft 'over vijf jaar' beterschap. Waar hebben we dat nog gehoord?
Om maar te zeggen: er is nog niets veranderd. En alles komt terug. Ook mijn uksels, trouwens.
woensdag 23 januari 2013
Misdaad
Mankell, Nesbø, Larsson, Fossum... Van de betere Scandinavische misdaadauteurs ligt er geregeld werk op mijn steeds zwaarder belaste boekenplanken.
Ter wille van die planken zou ik wat vaker boeken moeten uitlenen in de bibliotheek in plaats van ze steeds weer te kopen, ik weet het. Alleen komt lezen bij mij in vlagen. Zo'n vlaag kan dan weken aanhouden, inclusief nachtelijke leesmarathons, tijdens dewelke mijn voorkeur voor misdaadverhalen meer op een afwijking dan op een hobby gaat lijken. Maar zo'n bui kan even snel weer overwaaien waarna het maandenlang stil blijft op literatuurvlak en ik geen boek meer aanraak.
Het is dan iets comfortabeler om boeken 'in eigendom' in de kast te hebben: dat voorkomt astronomische bibliotheekboetes en beschuldigingen als 'boek-houder'. Bovendien hoef ik zelf geen al te grote bedragen te investeren in mijn boekenuitzet: verjaardag, Kerstmis en nieuwjaar zijn momenten waarop mijn voorraad steevast aangroeit zonder dat ik verplicht word daarvoor 'eigen middelen' aan te spreken.
Scandinavische misdaadauteurs genieten dus mijn voorkeur. Al verslind ik ook werk van hun Vlaamse genrecollega's Aspe, Deflo, Pierreux of De Bruyn en ben ik evenmin vies van televisiecrimi's als The Killing, The Inspector Linley Mysteries, Morse (zaliger) en andere Lewisen.
Misschien moet ik ook eens een politiethriller of detectiveverhaal op papier proberen te zetten. Met een dader die, net als ik, kampt met chronische jeuk, op geregelde tijdstippen in een onbedwingbare krab-kramp schiet en zo overal een niet te negeren spoor van huidschilfers achterlaat. De speurder van dienst moet dan wel een absoluut incompetente nitwit en gepatenteerde luierik zijn: een eczeempatiënt met kurkdroge huid die in ijltempo vervelt, is als dader CSI-gewijs anders té makkelijk opgespoord.
De perfecte moord plegen: een door jeuk geteisterde krabverslaafde als ik kan het maar beter uit zijn hoofd zetten. Daarvoor ben ik - ongewild - net iets té kwistig met het rondstrooien van fijnschilferig DNA...
Ter wille van die planken zou ik wat vaker boeken moeten uitlenen in de bibliotheek in plaats van ze steeds weer te kopen, ik weet het. Alleen komt lezen bij mij in vlagen. Zo'n vlaag kan dan weken aanhouden, inclusief nachtelijke leesmarathons, tijdens dewelke mijn voorkeur voor misdaadverhalen meer op een afwijking dan op een hobby gaat lijken. Maar zo'n bui kan even snel weer overwaaien waarna het maandenlang stil blijft op literatuurvlak en ik geen boek meer aanraak.
Het is dan iets comfortabeler om boeken 'in eigendom' in de kast te hebben: dat voorkomt astronomische bibliotheekboetes en beschuldigingen als 'boek-houder'. Bovendien hoef ik zelf geen al te grote bedragen te investeren in mijn boekenuitzet: verjaardag, Kerstmis en nieuwjaar zijn momenten waarop mijn voorraad steevast aangroeit zonder dat ik verplicht word daarvoor 'eigen middelen' aan te spreken.
Scandinavische misdaadauteurs genieten dus mijn voorkeur. Al verslind ik ook werk van hun Vlaamse genrecollega's Aspe, Deflo, Pierreux of De Bruyn en ben ik evenmin vies van televisiecrimi's als The Killing, The Inspector Linley Mysteries, Morse (zaliger) en andere Lewisen.
Misschien moet ik ook eens een politiethriller of detectiveverhaal op papier proberen te zetten. Met een dader die, net als ik, kampt met chronische jeuk, op geregelde tijdstippen in een onbedwingbare krab-kramp schiet en zo overal een niet te negeren spoor van huidschilfers achterlaat. De speurder van dienst moet dan wel een absoluut incompetente nitwit en gepatenteerde luierik zijn: een eczeempatiënt met kurkdroge huid die in ijltempo vervelt, is als dader CSI-gewijs anders té makkelijk opgespoord.
De perfecte moord plegen: een door jeuk geteisterde krabverslaafde als ik kan het maar beter uit zijn hoofd zetten. Daarvoor ben ik - ongewild - net iets té kwistig met het rondstrooien van fijnschilferig DNA...
woensdag 16 januari 2013
Krabben (1)
Het is een wezenlijk onderdeel van mijn bestaan, krabben (en dan heb ik het over de woordenboekbetekenis 'met je nagels op je lichaam krassen'). Vandaar ook de (1) in de titel boven dit stukje: er zullen op deze ukselige blog nog talloze berichten volgen over dit fysieke perpetuum mobile dat tegelijk de belangrijkste jeukbestrijder én de grootste jeukversterker is... Als God bestaat, heeft hij in ieder geval gevoel voor humor!
Om lezer dezes niet al van bij mijn debuut als blogschrijver af te schrikken: mijn Uksels-blog zal lang niet alleen gaan over jeuk als huidirritatie en hoe ermee om te gaan (al kan ik mezelf terzake stilaan wel een doctoratus honoris causa uitreiken). De ondertitel van deze online columnreeks zou op dat vlak al enige verduidelijking moeten bieden.
Voorlopig krab ik me alleen nog wat figuurlijk in het (mij nog zeer weinig toebedeelde) haar, op zoek naar inspiratie om dit minuscule plekje op het wereldwijde web geregeld te stofferen met boeiende, interessante, grappige en verstrooiende schrijfsels. Over jeuk, dus, of uksel zoals ze dat bij ons noemen. In al zijn letterlijke en figuurlijke betekenissen, in al zijn irriterende en inspirerende verschijningsvormen. Ik zal het maar als een goed teken beschouwen dat mijn handen de afgelopen maanden meer dan voldoende jeukten om mijn - ondertussen virtueel geworden - pen nog eens boven te halen en het nobele ambacht van het schrijven weer op te pikken. Want zoals een vos wel zijn haren verliest maar niet zijn streken, zo kruipt ook het schrijversbloed waar het niet gaan kan.
En zo kruipt ook de jeuk meestal waar je niet krabben kan...
Voorlopig krab ik me alleen nog wat figuurlijk in het (mij nog zeer weinig toebedeelde) haar, op zoek naar inspiratie om dit minuscule plekje op het wereldwijde web geregeld te stofferen met boeiende, interessante, grappige en verstrooiende schrijfsels. Over jeuk, dus, of uksel zoals ze dat bij ons noemen. In al zijn letterlijke en figuurlijke betekenissen, in al zijn irriterende en inspirerende verschijningsvormen. Ik zal het maar als een goed teken beschouwen dat mijn handen de afgelopen maanden meer dan voldoende jeukten om mijn - ondertussen virtueel geworden - pen nog eens boven te halen en het nobele ambacht van het schrijven weer op te pikken. Want zoals een vos wel zijn haren verliest maar niet zijn streken, zo kruipt ook het schrijversbloed waar het niet gaan kan.
En zo kruipt ook de jeuk meestal waar je niet krabben kan...
Abonneren op:
Posts (Atom)


