Posts tonen met het label theater. Alle posts tonen
Posts tonen met het label theater. Alle posts tonen

donderdag 25 maart 2021

Marcel

Marcel poseert voor de schoolfoto. Zijn houding is wel een beetje raar. Zijn voeten staan in een andere richting dan de rest van zijn lijf. Alsof hij van plan is om zo snel als mogelijk weg te lopen. Om te vluchten voor al zijn miserie. Of om te gaan sjotten, dat kan ook.

Zijn naam staat in grote schoonschriftletters op die rare schoolfoto van het derde studiejaar. Zijn naam op die foto waarop hij – eind jaren veertig – om god-weet-welke reden poseert met scheve voeten. Zijn naam op die foto. Alsof hij die er in sierlijke letters zelf op heeft geschreven. Alleen zijn naam. Marcel. 

Daarnaast prijkt wel een grote inktvlek – misschien omdat de letters té schoon geschreven waren, té mooi om waar te zijn. Een vlek dus. Want hij is niet perfect, Marcel. En zijn leven is dat evenmin. 

Het leven van Marcel is er niet eentje dat zich laat samenvatten in onberispelijke Instagramfoto's. Het leven van Marcel is niet vlekkeloos verlopen. Het is verre van perfect, maar net daarom ook zo gewoon.

Ja, Marcel sprong af en toe wat kwistig om met het leven. Hij was zo nu en dan wel wat morsig. En dat veroorzaakte vlekken. Op het blazoen. Maar even vaak kreeg Marcel van het leven zelf een veeg uit de pan. En ook dat liet sporen na. Letterlijk. Zichtbaar.

Ik vertel het verhaal van Marcel omdat het stilaan begon te ukselen om het te vertellen. Omdat het het vertellen waard is. Omdat ook in de onvolmaaktheid schoonheid zit. Naast verdriet. En ontroering. Maar toch vooral schoonheid.

Ik vertel het verhaal van Marcel ook omdat ik het op die manier wil bewaren, omdat ik het me zo wil blijven herinneren. Het verhaal van Marcel. Het verhaal van mijn vader.

Tachtig jaar, samengevat in 40 minuten. "Want 't gaat allemaal zo rap, hé, 't leven..."



P.S. 1: Tip: blijf zeker kijken tot na de aftiteling.
P.S. 2: Nu we al een jaar kampen met een chronisch gebrek aan culturele creaties, krijg je deze voorstelling van mij cadeau. Doe mij dan ook een plezier, alsjeblieft, en laat me hieronder weten wat je ervan vindt.

zondag 22 december 2013

Kleine meisjes worden groot

Seulement pour le plaisir des yeux. Zo heette de theaterproductie waarin ik voor het laatst acteerde - omdat de toneelmicrobe niet meer zo hard kriebelde.

Het was eind april 1999 en we speelden in de Gentse Tinnenpot.

Daar heb ik haar leren kennen. Als een van mijn medespeelsters. Als een klein meisje, nog. Amper 14 jaar. Zij uit Merchtem - waar ik tot dan in een theatergezelschap actief was - en ik uit Asse. Ik speelde taxi voor haar, om samen naar de repetities in de Arteveldestad te rijden. En ik zette haar nadien netjes thuis af.

Georges Perec
Seulement pour le plaisir des yeux was een bewerking van de imposante roman La vie mode d'emploi van Georges Perec (1936-1982). Het magnus opus van de Pools-Franse auteur is een verzameling van honderden verhalen van evenveel bewoners van een Parijs' appartementsgebouw. De jonge regisseur Katrin Verlende zette twaalf van die personages op scène. Om ze daar hun leven te laten inrichten. Om ze daar over hun leven te laten vertellen. Als in een micro-maatschappij, waarin iedereen vooral naast elkaar leeft.

Ik kroop voor de gelegenheid in en onder de huid van Adrien Jérôme, een uitgebluste schrijver die ooit succes had maar later de kost moest verdienen met het vertalen van kindergedichtjes. En zij, zij speelde een van de zusjes Breidel, de jongste bewoners van het pand, wier ouders waren vermoord.

Vorig jaar pas heb ik haar teruggezien. Ruim dertien jaar later - ondertussen was ze een volleerde actrice én zangeres geworden. Het was op tv, nota bene. In Iedereen Beroemd, de opvolger van het ongeëvenaarde Man Bijt Hond. Ze mocht het programma één dag per week uitgeleide doen. Met een ukeleleliedje.

En ik dacht: 'Kleine meisjes worden groot. En grappig.'

Ze heeft nu een heuse single uit. Met Nele Needs a Holiday, de meidengroep waarmee ze in 2010 al de jury van Humo's Rock Rally charmeerde. Háár meidengroep.

Nele maakt liedjes over gênante of eerder tragikomische situaties waar ze blijkbaar een patent op heeft (althans, dat wil ze ons toch doen geloven). Liedjes over dingen die mislopen. Over dingen die ze beter niet had gedaan. Zoals extreem opvallend uit de bol gaan, met - naar eigen zeggen - 'zeer subversieve danspassen', op een feestje waar dat niet echt wordt geapprecieerd.

Daar gaat haar recentste liedje over.

Of ik het clipje dat bij die single hoort, wilde delen op Facebook, vroeg ze. 'Ik zal dat eerst eens aandachtig en kritisch bekijken', dacht ik. En ik vond het hilarisch.

Maar u hoeft me niet op mijn woord te geloven. Oordeel zelf (en geneer u niet voor de plaatsvervangende schaamte: 't is maar om te lachen).

woensdag 24 juli 2013

Een zweterige zwanenzang

Karel Waeri (1842-1898).
Een zomerdag met tropische temperaturen is niet meteen het uitgelezen moment om je terug te trekken in een snikheet theaterzaaltje. Tenzij het Gentse Feesten zijn, dat zaaltje de Minard is, en een vriend van jaren er een voorstelling speelt. Over Koarelke Waeri (1842-1898), een Gentse volkszanger met een nalatenschap van ruim 500 liederen, waaronder heel wat 'vuile' en 'vettige' (in Waeri's thuishaven 'vetjes' genoemd). Dat 'rode oortjes'-repertoire bewaarde hij tijdens zijn optredens steevast voor de late uurtjes; na zijn dood werden ze (uit schroom) in een apart bundeltje verzameld en verkocht.

Acteur en muzikant van dienst: Wim Claeys. De trekzakspeler die eind jaren negentig met Ambrozijn als meedogenloze nieuwlichter het stof van de Vlaamse volksmuziek blies. De Boombal-bedenker die met zijn vuile maar getalenteerde voeten een geactualiseerd spoor trok door de toenmalige balscene en zo de weg wees aan een nieuwe generatie jongeren die de de folk en de bijhorende danstraditie ontdekte. De folkmodernist is echter nooit de 'wegbereiders' van weleer vergeten: met het vorderen der jaren lijkt ook zijn respect voor het muzikale erfgoed te zijn toegenomen.

Wim vervelde van muzikant
tot cabaretier.
Wim vervelde de jongste jaren zoetjesaan tot een cabaretier, wat niet mag verwonderen: bij Ambrozijn voelde hij zich ook al geroepen de grapjas uit te hangen en het publiek tussen de nummers door menig blaasken wijs te maken. "Het heeft er altijd al in gezeten, madame."

Hadden we na Wims eerste onemanshow Niet tevreden, geld kwijt nog zoiets van 'schoenmaker blijf bij je leest', na het zien van De zwanenzang van Karel Waeri kan de Gentenaar wat ons betreft zijn theatertoekomst met een pak meer vertrouwen tegemoet zien.

Het Waeri-standbeeld van Walter De Buck.
Anderhalf uur lang kruipt de prille veertiger in de huid van de legendarische volkszanger aan wie de al even vermaarde strop Walter De Buck bijna 15 jaar geleden een ruim 5 meter hoog robuust beeldhouwwerk wijdde. Dat staat sindsdien in de Arteveldestad te pronken naast de Sint-Jacobskerk: bovenop de massieve, granieten zuil pronkt vioolspeler Waeri, met onder zich, in hoogreliëf, de kenmerkende figuren die zijn liedjes bevolkten. Miljoenen mensen liepen er al straal voorbij. Wij deden na de opvoering met plezier een klein omwegje om er nog even, letterlijk, bij stil te staan. Op vraag van Wim Claeys, trouwens.

Die had genoeg aan een oud vloerkleed als speelvlak, een tafeltje, een stoel en een kastje met zijn instrumenten om vorm te geven aan het beperkte universum dat het bescheiden leven van Karel Waeri in de tweede helft van de 19de eeuw verbeeldde. Geboren in een arm gezin van wevers, in een van de vuilste buurten van het Gent van die tijd, mag het niet verbazen dat Koarelke het in al zijn liederen consequent opneemt voor de zwaksten in de maatschappij.

Net als het rijke oeuvre van Waeri is het programma dat Wim Claeys er over maakte één langgerekt protestlied tegen de twee grote K's tegen wiens schenen ook vandaag, zo'n 150 jaar na Waeri's beginjaren als kritisch volkszanger, nog gretig wordt geschopt: de Kerk en het Kapitaal. Dat maakt de voorstelling, voor de goede verstaander, nog brandend actueel.

Net zo min als een pompeus decor heeft de acteur/auteur veel changementen nodig om, af en toe, uit zijn Waeri-rol te stappen en vervolgens als verteller de vrij korte en dramatisch afgebroken levensloop van zijn alter ego te duiden. Hij hoeft daarvoor alleen maar zijn brilletje af te zetten en tijdelijk afstand te doen van zijn plat-Gentse tongval.

In die eerder minimalistische aanpak herkenden we alvast de hand van Mich Walschaerts, een van de Kommil Foo-broers. Hij slaagde er als coach in om van de muzikant Wim Claeys ook een acteur te maken. Eén die de humor die hem eigen is, durft te combineren met gedoseerde ontroering. Waeri was daar ook een virtuoos in, al bediende hij zich in zijn liedjesteksten net zo graag van bijtend cynisme en een vleugje ironie.

Die liedjes werden door de 19de-eeuwse volkszanger naar verluidt vertolkt met een krijsende neusstem en een krassende viool. Dan doet Wim Claeys het beter: met de hem vertrouwde diatonische accordeon ontpopt de instrumentalist van weleer zich tot een meer dan verdienstelijk vertolker van het oude repertoire (dat hij nota bene nog gedeeltelijk van nieuwe muziek voorzag, volledig in de stijl van de jaren stillekes).

De zwanenzang van Karel Waeri is een voorstelling die, door haar eenvoud, nooit zwaar wordt, hoewel de referenties aan de miserie en de uitbuiting van de textielarbeiders in het midden van de jaren 1800 niet van de lucht zijn. Het is een voorstelling die, ondanks de plezante luchtigheid waarmee ze is gebracht, blijft plakken. Net als het zweet van die zomerdag met zijn tropische temperaturen - de daardoor veroorzaakte uksels hebben we er voor één keer graag bij genomen.

zaterdag 1 juni 2013

Bescheiden rolletje

"Bedankt voor de lessen", zei ze. Het klonk welgemeend.

"Graag gedaan", zei ik.

Een eerste eigen interview doen én uitschrijven. Dat was de laatste opdracht voor de goed 90 studenten aan wie ik het afgelopen academiejaar Journalistieke Praktijk en Introductie tot Redactie- en Interviewtechnieken mocht doceren. Studenten die het eerste jaar Journalistiek volgen aan de hogeschool die vernoemd is naar de lakenkoopman en makelaar die in de 14de eeuw als opstandelingenleider de (economische) strijd aanging met de Franse bezetter en vandaag de wandel en (vooral) handel in zijn stad nog steeds in het oog houdt van op de Vrijdagmarkt.

Hoe schrijf je een goed nieuwsbericht (weze het in een krant of op een nieuwssite, weze het eentje dat wordt voorgelezen op radio of tv)? Hoe ziet een degelijke nieuwskop eruit? Wat moet je al in de inleiding van een artikel schrijven en wat kan verderop nog worden verteld? Hoe ga je om met bronvermelding? Hoe moet je citaten correct verwerken? Hoe maak je van een Frans of Engelstalig telexbericht een kort (Nederlands) krantenstukje? Wat zijn de valkuilen van een door een overheids- of privé-instantie verstuurd persbericht waar je als journalist niet mag intrappen? En hoe zet je gesproken interviewtaal om in een correct Nederlands zonder de nuances en de sfeer van het gesprek geweld aan te doen?

Het zijn maar een paar van de vragen die we in de praktijklessen met die jonge journalisten in spe proberen te behandelen. Om hen een basis te bieden. Om hen op weg te helpen bij het realiseren van hun studie- en beroepsdromen. Of om hen met hun voetjes (soms vrij stevig) op de grond te zetten, dat gebeurt uiteraard ook.

In de laatste les van het semester moesten ze hun eerste volwaardige interview uitschrijven. Een interview dat ze enkele dagen of weken voordien - in veel gevallen waarschijnlijk met trillende benen en een bibberende stem - hadden afgenomen. En dan zat het erop, de praktijklessen die voor heel wat eerstejaarsstudenten Journalistiek steeds weer een heuse reality check blijken.

Twee dingen probeer ik hen allemaal, nog los van de inhoud van die lessen, op het hart te drukken:
(1) wees gebeten om te weten (volg de actualiteit en maak er een gewoonte van, een passie, om 'mee' te zijn met wat er rond jou en in de wereld gebeurt)
(2) wees journalistiek actief (schrijf of maak reportages, voor een heuse krant of een vrije radiozender, voor een studententijdschrift of een verenigingenblad, dat maakt niet zoveel uit, maar oefen je pen en je journalistiek instinct al tijdens je opleiding)

Wat ze daarvan onthouden en oppikken? Wat hun eigenlijke journalistieke dromen zijn? Dat kan ik niet inschatten. Wie weet zie ik er later wel ergens eentje opduiken in de media, eentje van wie ik kan zeggen: "Daaraan heb ik nog les gegeven" (al klinkt dat dan nogal pedant). Maar voor hetzelfde geld krijg ik tenenkrullende uksels van wat ik lees of hoor, en zwijg ik stilletjes over mijn (bescheiden) rol in de opleiding van de kersverse journalist in kwestie.

Toch kan ook een bescheiden rolletje cruciaal zijn (dat leerde ik in het amateurtheater).

Dus als één studente op het einde van de lessenreeks vriendelijk en oprecht "Bedankt voor de lessen" zegt, antwoord ik met plezier en even gemeend: "Graag gedaan".