Posts tonen met het label journalistiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label journalistiek. Alle posts tonen

dinsdag 3 maart 2015

Fietsster aangereden

Een fietsster werd zaterdag omstreeks 21 uur aangereden door een personenwagen aan de Leo Gheeraerdtslaan in Aalst. De oorzaak van het ongeval is voorlopig onduidelijk. De fietsster werd de lucht in gekatapulteerd en belandde met een harde smak op het asfalt. Haar fiets werd een twintigtal meter meegesleurd door de aanrijdende wagen. Het slachtoffer werd ter plaatse verzorgd alvorens ze afgevoerd werd naar het ziekenhuis in Aalst.
Het zoveelste faits diversberichtje in de zoveelste maandagkrant. Zoals de honderden artikeltjes over ongevallen en gebroken armen en benen die ik als eindredacteur zelf al in de krant zette (de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik me bij het overtikken van bovenstaande zinnen uit Het Laatste Nieuws heb moeten inhouden om niet redigerend op te treden - dat heet dan 'beroepsmisvorming').

Stukjes als dit vind je haast dagelijks in de krant, steevast in de kolom, rechts of links, als het ware in de marge. Alsof het om eerder marginale feiten gaat. Om feit-jes.

Tot zo'n bericht binnendringt in je eigen wereld. In je eigen familie.

zaterdag 21 juni 2014

Café des Sports

Een van de 'places to be'
in Groot-Bijgaarden.
Een pittoresk dorpsplein, een lelijke indrustriezone, een verborgen kasteeltje, een drukke verkeerswisselaar én Café des Sports aan het station. Ziedaar wat jarenlang de bekendste troeven van Groot-Bijgaarden waren. Tot vorige week hoorde ook de redactie van Het Nieuwsblad in dat rijtje thuis. Precies 35 jaar lang heeft een van de grootste Vlaamse kranten - samen met haar kwaliteitszus De Standaard - van daar uit de actualiteit verslagen en het nieuws gemaakt.


zondag 26 januari 2014

Bahamontes

Een beetje verweesd en troosteloos. Met zichzelf geen blijf wetend. Ietwat verveeld en lusteloos. Zo voelt een rechtgeaarde wielerliefhebber zich wanneer de oktoberklassieker van de vallende bladeren in Lombardije alweer zijn beslag heeft gekregen en de volle drie maanden tot het begin van het nieuwe wielerseizoen als een grote, gapende leegte voor hem liggen.

Aftellen is dan het enige wat de homo cyclisticus nog rest. Aftellen. En wachten. Ondertussen wat verstrooiing zoekend bij het veldrijden, al stilt dat wekelijkse uurtje modderploeteren of wielerschaatsen  in bevroren velden de echte koershonger niet. Daarvoor worden die wedstrijden doorgaans te snel en met te weinig spankracht beslecht, is het peloton der gladiatoren op twee wielen té Vlaams en te klein en het aantal ter zake doende vedetten te dun gezaaid.

vrijdag 7 juni 2013

Jozef en Maria

"Raar toch, dat je ondanks twintig jaar zonder gemeenschappelijke activiteiten gewoon de draad weer oppikt en babbelt alsof die twintig jaar er nooit geweest zijn."

Het waren niet alleen twintig jaar zonder gemeenschappelijke activiteiten, het waren ook twee decennia zonder spontane ontmoeting, zonder mailtje, zonder belletje. Hoe kon het ook anders? In onze VUB-jaren, toen we haast dagelijks samen op de trein richting Etterbeek stapten, was er nog geen sprake van mail en internet, laat staan van gsm's. En nadien: ik haast 7 op 7 druk doende als beginnend freelance journalist, zij als beloftevol anesthesist, nadien een tussenstop makend down under en in Nederland. Dan lopen mensen elkaar al wat minder makkelijk tegen het stilaan ouder wordende lijf.

Maar opeens zaten we samen aan een tafeltje in een brasserie, in het hart van ons geboortedorp. Twintig jaar nadat we elkaar uit het oog en het hart waren verloren. Ware het niet dat de waardin ons een lekker diner en ettelijke uren later subtiel duidelijk maakte dat ze de zaak wilde sluiten, we zaten er misschien nog te kletsen.

We groeiden samen op in de plaatselijke harmonie. Als kinderen van de twee families die de muziekvereniging in die jaren schraagden. Het werd je als dreumes niet gevraagd of je een instrument wilde leren bespelen. Dat was een vanzelfsprekendheid. Als de muziekmicrobe niet vanzelf begon te kriebelen, dan werd het speelplezier er onder zachte dwang wel ingelepeld. Tot het toch elke week - op woensdagavond - begon te jeuken om naar de repetitie te gaan. Al had dat niet alleen te maken met de oefenstonde an sich. Het achterafmoment aan de bar was een minstens even grote motivator.

Mijn vroegste herinnering aan onze gedeelde kindertijd? Dat zij, verkleed als Maria, en ik, als Jozef, rond Kerstmis of Nieuwjaar op stap gingen met de jeugdharmonie om bij 'verdienstelijke' leden een serenade te brengen. We waren nog te jong en te klein om zelf mee te spelen maar wel fier dat we er bij konden zijn. Om de kas te bewaken en de gulle giften in ontvangst te nemen.

Goed twintig jaar en honderden repetities, optochten, concerten, festiviteiten en VUB-treintochten later, doken we het échte leven in. Er bleef, door het 'werkmansbestaan' en de vaak onmenselijke uren die we elk klopten, geen tijd meer voor de harmonie (hoewel ik haar ooit gezworen had daar nooit mee te zullen stoppen - een mens zweert wel meer dure eden als hij jong en onbezonnen is). En zo ging elk zijns weegs, de eigen passie achterna, de eigen toekomst tegemoet.

Een verjaardagsberichtje via Facebook heeft ons onlangs, nog eens twintig lentes later, weer 'aan de klap' gebracht. Doen afspreken. Doen bijpraten. Over werk en politiek. Over familie en relaties. Over brillen en gezondheid. Over grijze haren en een kaal hoofd.

"Alsof die twintig jaar er nooit geweest zijn", zoals ze het nadien omschreef (de grijze haren en het kale hoofd uiteraard gemakshalve buiten beschouwing gelaten). "Ge ziet wat dat doet, ne keer Jozef en Maria spelen: 't smeedt nen band voor 't leven."

Over koers hebben we het nog niet gehad samen, beiden liefhebbers van het wielrennen zijnde. Dat is iets voor deze zomer. Op ons terras. Bij een goed glas.

Hoe ze zich voor die ontmoeting moet verkleden, hebben we nog niet afgesproken. Ze zal wat creatief uit de hoek moeten komen want deze Jozef heeft in haar afwezigheid ondertussen zijn Maria-voor-het-leven al gevonden. Op haar heb ik bijna veertig jaar moeten wachten.

Een mens moet wat geduld hebben in 't leven. En chance.

zaterdag 1 juni 2013

Bescheiden rolletje

"Bedankt voor de lessen", zei ze. Het klonk welgemeend.

"Graag gedaan", zei ik.

Een eerste eigen interview doen én uitschrijven. Dat was de laatste opdracht voor de goed 90 studenten aan wie ik het afgelopen academiejaar Journalistieke Praktijk en Introductie tot Redactie- en Interviewtechnieken mocht doceren. Studenten die het eerste jaar Journalistiek volgen aan de hogeschool die vernoemd is naar de lakenkoopman en makelaar die in de 14de eeuw als opstandelingenleider de (economische) strijd aanging met de Franse bezetter en vandaag de wandel en (vooral) handel in zijn stad nog steeds in het oog houdt van op de Vrijdagmarkt.

Hoe schrijf je een goed nieuwsbericht (weze het in een krant of op een nieuwssite, weze het eentje dat wordt voorgelezen op radio of tv)? Hoe ziet een degelijke nieuwskop eruit? Wat moet je al in de inleiding van een artikel schrijven en wat kan verderop nog worden verteld? Hoe ga je om met bronvermelding? Hoe moet je citaten correct verwerken? Hoe maak je van een Frans of Engelstalig telexbericht een kort (Nederlands) krantenstukje? Wat zijn de valkuilen van een door een overheids- of privé-instantie verstuurd persbericht waar je als journalist niet mag intrappen? En hoe zet je gesproken interviewtaal om in een correct Nederlands zonder de nuances en de sfeer van het gesprek geweld aan te doen?

Het zijn maar een paar van de vragen die we in de praktijklessen met die jonge journalisten in spe proberen te behandelen. Om hen een basis te bieden. Om hen op weg te helpen bij het realiseren van hun studie- en beroepsdromen. Of om hen met hun voetjes (soms vrij stevig) op de grond te zetten, dat gebeurt uiteraard ook.

In de laatste les van het semester moesten ze hun eerste volwaardige interview uitschrijven. Een interview dat ze enkele dagen of weken voordien - in veel gevallen waarschijnlijk met trillende benen en een bibberende stem - hadden afgenomen. En dan zat het erop, de praktijklessen die voor heel wat eerstejaarsstudenten Journalistiek steeds weer een heuse reality check blijken.

Twee dingen probeer ik hen allemaal, nog los van de inhoud van die lessen, op het hart te drukken:
(1) wees gebeten om te weten (volg de actualiteit en maak er een gewoonte van, een passie, om 'mee' te zijn met wat er rond jou en in de wereld gebeurt)
(2) wees journalistiek actief (schrijf of maak reportages, voor een heuse krant of een vrije radiozender, voor een studententijdschrift of een verenigingenblad, dat maakt niet zoveel uit, maar oefen je pen en je journalistiek instinct al tijdens je opleiding)

Wat ze daarvan onthouden en oppikken? Wat hun eigenlijke journalistieke dromen zijn? Dat kan ik niet inschatten. Wie weet zie ik er later wel ergens eentje opduiken in de media, eentje van wie ik kan zeggen: "Daaraan heb ik nog les gegeven" (al klinkt dat dan nogal pedant). Maar voor hetzelfde geld krijg ik tenenkrullende uksels van wat ik lees of hoor, en zwijg ik stilletjes over mijn (bescheiden) rol in de opleiding van de kersverse journalist in kwestie.

Toch kan ook een bescheiden rolletje cruciaal zijn (dat leerde ik in het amateurtheater).

Dus als één studente op het einde van de lessenreeks vriendelijk en oprecht "Bedankt voor de lessen" zegt, antwoord ik met plezier en even gemeend: "Graag gedaan".