Posts tonen met het label wielrennen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wielrennen. Alle posts tonen

zaterdag 4 december 2021

Sven, Wout, Michel en Frank

Als jonge deerne had ze nog geen
helden. Die zijn later pas opgedoken.
Dit stuk is geschreven naar aanleiding van de 80ste verjaardag van Simonne, mijn moeder. Ontdek onderaan deze tekst de links naar de zeven andere ukseltjes die ik voor haar schreef.

Als de kerk of eender welke andere instantie een sporter tot heilige zou kunnen uitroepen, dan had moeder daarvoor al lang een aanvraag ingediend. In tweevoud. Voor Sven Nys én Wout van Aert. Zij verdienen zo'n heiligenstatus. Zij alleen. Anderen komen niet eens aan de enkels van beide wielergoden – althans niet in het aanbiddingsevangelie volgens Simonne. Andere coureurs zijn in het beste geval verdienstelijk. Of gelukzakken. Als het al geen profiteurs zijn, of dopingpakkers (die ze levenslange uksels toewenst), dan zijn het hooguit sukkelende amateurs.

Klungelaars van een nog lager allooi – althans in moeders ogen – zijn sportcommentatoren. De capaciteiten van de vertegenwoordigers van deze beroepscategorie? Sterk overroepen! Om niet te zeggen dat hun functie eigenlijk nutteloos en overbodig is. Als het aankomt op live-commentaar tijdens sportwedstrijden, dan huldigt moeder het adagium dat ook onze Vlaamse regering hoog in het vaandel draagt: wat we zelf doen, doen we beter.

Ik denk niet dat vader zich de stemmen van VRT-Sporza-iconen Michel Wuyts of Frank Raes überhaupt nog voor de geest kan halen. Het moet al jaren geleden zijn dat hij die nog eens te horen kreeg. Dat was toen zijn eega in niet-gepensioneerd statuut nog minder tijd en meer om handen had. Vandaag zorgt moeder niet alleen als vurige supporter maar ook als keiharde criticus steevast voor de volumineuze klank bij elk sportbeeld op tv. Zelden gehinderd door veel kennis ter zake, maar dat is een detail.

Kampioenschapsmatchen van de Rode Duivels? Ritten in de Tour de France? Wedstrijden met Belgische vertegenwoordigers op de Olympische Spelen? Een uitzending meer of minder van ondeskundig commentaar voorzien: moeder draait er haar hand (en haar tong) niet voor om.

Oh ja, vader heeft het ooit geprobeerd, om stiekem naar een zeldzame sportwedstrijd te kijken die moeder niet kan boeien. In de hoop om eindelijk, in alle rust, te kunnen genieten van de live-duiding en expertise van de tv-commentator ter plekke. Edoch: telkens weer blijkt zijn hoop ijdel. “Toch niet weeral sport?”, zegt moeder dan. Waarop ze haar echtgenoot onophoudelijk begint te onderhouden over tientallen andere zaken die “dringend besproken moeten worden”. Of ze begint te bellen. Met een even volumineuze klank als die van Michel Wuyts en Frank Raes.

Beide heren hebben hun carrière als sportcommentator intussen afgesloten. Moeder nog niet. Tot spijt van wie het benijdt.

---

Lees meer over de kleine kantjes en het grote hart van Simonne:


maandag 26 oktober 2020

Zelfverdoving

Troost zoeken, zo zou ik het niet (meer) noemen. Het begint eerder op verdoven te lijken. Op zelfverdoving. Bedwelmende middelen van dienst zijn dan (de ook al zeldzaam geworden) live-uitzendingen van wielerwedstrijden, dvd's van crime series, en boeken. Veel boeken. Aangevuld met sloten koffie. En af en toe een stom tv-programma waarbij ik het verstand op nul kan zetten.

Zelfverdoving dus. Om te kunnen omgaan met de wereld waarin we de komende maanden, de volgende jaren nog, moeten leven. Om te kunnen overleven in de wereld waarin we willens-nillens zijn aanbeland. Een wereld waarin de bewoners stilaan worden ingedeeld in 'de goeien' (zij die alle coronamaatregelen volgen) en 'de slechten' (alle anderen). Een wereld waarin culpabiliseren en met-het-vingertje-wijzen een nieuwe, nationale sport is geworden ("het is de fout van 'de' jongeren", "het is de fout van 'de' reizigers", "het is de fout van 'de' schrijvers van open brieven"...). Een wereld waarin mensen worden aangezet om mekaar te verklikken ("hier loopt iemand zonder mondmasker", "hier geeft iemand een feestje"...). Een wereld waarin je je medemens niet meer mag vastpakken, ook al heeft die het moeilijk. 

Zelfverdoving dus. Om nog enigszins te kunnen standhouden in een wereld waarin mensen in héél korte tijd is aangeleerd vies te zijn van mekaar, waarin voorbijgangers met een snotneusje of een kuchje in het beste geval als melaatse maar vaker nog als potentiële moordenaar worden bekeken én bestempeld. Een wereld waarin we mekaars gezicht niet meer kunnen en mogen zien, weggestoken achter al die mondmaskers, die dan nog eens duchtig op straat en in de al zo schaarse natuur worden weggegooid ("het zijn tenslotte wegwerpmondmaskers, meneer"). Een wereld ook waarin steeds meer volstrekt onschuldige handelingen meteen met forse boetes worden bestraft (op een bankje zitten, op meer dan een paar kilometer van je huis een boswandeling gaan maken, je zonder mondmasker op een volstrekt verlaten jaagpad begeven...): dieven en andere zogenaamd kleine criminelen kwamen er de afgelopen maanden vaak véél goedkoper vanaf.

zondag 26 januari 2014

Bahamontes

Een beetje verweesd en troosteloos. Met zichzelf geen blijf wetend. Ietwat verveeld en lusteloos. Zo voelt een rechtgeaarde wielerliefhebber zich wanneer de oktoberklassieker van de vallende bladeren in Lombardije alweer zijn beslag heeft gekregen en de volle drie maanden tot het begin van het nieuwe wielerseizoen als een grote, gapende leegte voor hem liggen.

Aftellen is dan het enige wat de homo cyclisticus nog rest. Aftellen. En wachten. Ondertussen wat verstrooiing zoekend bij het veldrijden, al stilt dat wekelijkse uurtje modderploeteren of wielerschaatsen  in bevroren velden de echte koershonger niet. Daarvoor worden die wedstrijden doorgaans te snel en met te weinig spankracht beslecht, is het peloton der gladiatoren op twee wielen té Vlaams en te klein en het aantal ter zake doende vedetten te dun gezaaid.

vrijdag 7 juni 2013

Jozef en Maria

"Raar toch, dat je ondanks twintig jaar zonder gemeenschappelijke activiteiten gewoon de draad weer oppikt en babbelt alsof die twintig jaar er nooit geweest zijn."

Het waren niet alleen twintig jaar zonder gemeenschappelijke activiteiten, het waren ook twee decennia zonder spontane ontmoeting, zonder mailtje, zonder belletje. Hoe kon het ook anders? In onze VUB-jaren, toen we haast dagelijks samen op de trein richting Etterbeek stapten, was er nog geen sprake van mail en internet, laat staan van gsm's. En nadien: ik haast 7 op 7 druk doende als beginnend freelance journalist, zij als beloftevol anesthesist, nadien een tussenstop makend down under en in Nederland. Dan lopen mensen elkaar al wat minder makkelijk tegen het stilaan ouder wordende lijf.

Maar opeens zaten we samen aan een tafeltje in een brasserie, in het hart van ons geboortedorp. Twintig jaar nadat we elkaar uit het oog en het hart waren verloren. Ware het niet dat de waardin ons een lekker diner en ettelijke uren later subtiel duidelijk maakte dat ze de zaak wilde sluiten, we zaten er misschien nog te kletsen.

We groeiden samen op in de plaatselijke harmonie. Als kinderen van de twee families die de muziekvereniging in die jaren schraagden. Het werd je als dreumes niet gevraagd of je een instrument wilde leren bespelen. Dat was een vanzelfsprekendheid. Als de muziekmicrobe niet vanzelf begon te kriebelen, dan werd het speelplezier er onder zachte dwang wel ingelepeld. Tot het toch elke week - op woensdagavond - begon te jeuken om naar de repetitie te gaan. Al had dat niet alleen te maken met de oefenstonde an sich. Het achterafmoment aan de bar was een minstens even grote motivator.

Mijn vroegste herinnering aan onze gedeelde kindertijd? Dat zij, verkleed als Maria, en ik, als Jozef, rond Kerstmis of Nieuwjaar op stap gingen met de jeugdharmonie om bij 'verdienstelijke' leden een serenade te brengen. We waren nog te jong en te klein om zelf mee te spelen maar wel fier dat we er bij konden zijn. Om de kas te bewaken en de gulle giften in ontvangst te nemen.

Goed twintig jaar en honderden repetities, optochten, concerten, festiviteiten en VUB-treintochten later, doken we het échte leven in. Er bleef, door het 'werkmansbestaan' en de vaak onmenselijke uren die we elk klopten, geen tijd meer voor de harmonie (hoewel ik haar ooit gezworen had daar nooit mee te zullen stoppen - een mens zweert wel meer dure eden als hij jong en onbezonnen is). En zo ging elk zijns weegs, de eigen passie achterna, de eigen toekomst tegemoet.

Een verjaardagsberichtje via Facebook heeft ons onlangs, nog eens twintig lentes later, weer 'aan de klap' gebracht. Doen afspreken. Doen bijpraten. Over werk en politiek. Over familie en relaties. Over brillen en gezondheid. Over grijze haren en een kaal hoofd.

"Alsof die twintig jaar er nooit geweest zijn", zoals ze het nadien omschreef (de grijze haren en het kale hoofd uiteraard gemakshalve buiten beschouwing gelaten). "Ge ziet wat dat doet, ne keer Jozef en Maria spelen: 't smeedt nen band voor 't leven."

Over koers hebben we het nog niet gehad samen, beiden liefhebbers van het wielrennen zijnde. Dat is iets voor deze zomer. Op ons terras. Bij een goed glas.

Hoe ze zich voor die ontmoeting moet verkleden, hebben we nog niet afgesproken. Ze zal wat creatief uit de hoek moeten komen want deze Jozef heeft in haar afwezigheid ondertussen zijn Maria-voor-het-leven al gevonden. Op haar heb ik bijna veertig jaar moeten wachten.

Een mens moet wat geduld hebben in 't leven. En chance.

vrijdag 22 maart 2013

Koffiejunk

Iedereen heeft recht op een afwijking, het is één van mijn geliefkoosde uitspraken ofte vaak uitgesproken boutades. Weze het een fobietje, een uit de hand gelopen hobby of een verslaving.

Qua fobieën hou ik het bij hoogtevrees (ik kruip zonder veel problemen op een ladder maar laat me in de buitenlucht zonder veel houvast een te steile trap of helling afdalen, met zicht op dal of afgrond, en het zweet en 'den bibber' breken me uit). Van enige verzamelwoede kun je mij niet echt verdenken maar verslavingen, ja, daarvan zijn er toch enkele mijn deel - zij het van het iets minder ernstige soort.

Al ben ik geen vaste klant van een drug- of andere hulplijn, toch heb ik in mijn medicijnkastje genoeg anti-allerigepillen en cortisonezalfjes om bij een inval van enkele Vlaamse dopingcontroleurs zonder pardon tegen de lamp te lopen. Eén geruststelling: ik ben niet echt een competitiebeest, laat staan een gedreven sporter (voor wie van eufemismen houdt: dit is in ieder geval een kanjer van een voorbeeld van deze ietwat verdoezelende stijlfiguur). En wat de verslaving an sich betreft: 't is niet dat ik dagelijks hunker naar die middeltjes, maar mijn overijverig immuunsysteem noopt me meer dan me lief is tot slikken en smeren. En tot krabben, al wil ik dat niet echt als een 'afhankelijkheid' zien. Ik beschouw die vorm van jeukbestrijding eerder als een 'onbedwingbare drang'.

Waaraan ik wel verslaafd ben, is de actualiteit. Neem me 's ochtends mijn dagelijkse portie met nieuws bedrukt krantenpapier af, en er valt met mij geen land meer te bezeilen. Om 19u is het Journaal op Eén vaste prik ten huize van ondergetekende en meer dan één nieuwssite heeft aan mij een ultraloyale bezoeker.

Over een andere verslaving - die aan de koers - had ik het eerder al op dit eigenste virtuele uksel-plekje. Van afkicken is tot nader order nog een sprake. Integendeel: dit voorjaar wentel ik me weer met graagte in mijn patiëntenrol als het over de kijken-naar-wielerwedstrijden-op-tv-gewenning gaat. Een dokter raadpleeg ik daar niet voor: de dreigende ontwenningsverschijnselen zouden van mij een minder aangenaam mens maken dan ik ben als tv-koersenjunkie (stilletjes in de zetel zittend, hooguit een glaasje water bij de hand, zonder de drang om de wedstrijd zelf te commentariëren, laat staan luidruchtige supportersgezangen aan te heffen of dito kreten te brullen).

Zo erg is mijn koffieverslaving nu ook weer niet...
De enige echte vorm van verslaving waarbij ik, af en toe, te maken krijg met tekenen van fysieke afhankelijkheid, is mijn koffie-addictie, mijn liefde voor het bittere zwarte vocht, voor een schamel bakje troost, voor dat (politiek incorrecte) negerzweet, voor het warme aftreksel van geroosterde koffiebonen... Al is koffie drinken bij mij vooral een soort plaatsgebonden ritueel: in mijn bureau in Puurs en op de redactievloer (als alibi om eens van achter die computer vandaan te komen) of op school, in de lectorenruimte, tussen twee lessen door.

Thuis staat er nooit een thermos klaar. Daar komt de Senseo pas in actie om bezoekers te verwennen of om de sporadisch opkomende zeurende hoofdpijn te verdrijven. Een hoofdpijn die me enkel in het weekend durft te teisteren. Net omdat mijn koffie-inname zich doorgaans uitsluitend op weekdagen situeert, gewoontedier als ik ben, en ik op zaterdag en zondag dat gebruik doorbreek. Tot die hoofdpijn dus begint op te spelen en ik bezwijk. Eén kopje is dan genoeg om de dag verder pijnloos door te komen.

Misschien moet ik toch wat proberen af te kicken. Al is thee geen alternatief: van warm water met een kleurtje en een geurtje word ik niet echt blij. Met één uitzondering. Als ik wat verkouden ben, krijg ik van mijn huisgenote Marokko-muntthee met honing. En met veel liefde. Daar kan zelfs een koffiejunk als ik niet aan weerstaan.

zaterdag 9 februari 2013

Hometrainer

Ik heb er een beetje medelijden mee, met onze hometrainer. Hij staat er de jongste maanden nogal eenzaam en 'onbereden' bij.

Wanneer de zon schijnt, er meer droge dan natte dagen zijn en de temperaturen het vriespunt niet benaderen, is hij het gewend genegeerd te worden. In winterse periodes, echter, was hij tot vorig jaar nog een maatje, een eerder verguisde maar desalniettemin druk gesolliciteerde bewegingsstimulator.

Ik mocht hem graag aan de praat houden tijdens het veldrijden op Sporza. Een perfect alibi om tv te kijken op zondagnamiddag: meetrappen met de crossers - al lag mijn gemiddelde snelheid wel een béétje lager dan de Sven Nysen en Niels Alberten van deze wereld - en terwijl haast vergeten dat je zelf aan het sporten bent. Ook al parelen de zweetdruppels dan overvloedig en veroorzaakt dat zoute lichaamsvocht weer huidirritatie en jeuk, een mens mag zich niet te snel op zijn eigen ongemakken beroepen om aan de voor lijf en leden noodzakelijke inspanningen te ontsnappen.

Dit seizoen heb ik nauwelijks een live-veldrit gezien op ons onlangs vergroot tv-scherm, wegens gemiddeld één zondag op de twee aan het werk en op andere zondagen uithuizig of achter de kookpoten (om vrienden of familie te ontvangen - wanneer moet je dat anders nog doen?).

Zelfs een warme winterse wandeling was er nog nauwelijks bij de jongste weken.

Vandaag maken we het goed. Met enkele stevige stapkilometers langs de Leie. In Sint-Martens-Latem, op weg naar de Westhoek, alwaar we bij de schoonouders ook fietsen hebben gestald om de komende maanden, met meer tegen- dan meewind, de platte IJzerstreek te gaan exploreren.

Maar eerst wat wandelen dus. Om weer zen te worden, te ontstressen, de zinnen te verzetten, het hoofd leeg te maken en de geest te zuiveren. En om alvast de kriebels te voelen die doen verlangen naar een nieuw seizoen vol ettelijke kilometers langs menig fietstroutenetwerk. Om als een zogenaamde zachte recreant het Vlaamse landschap in al zijn rust en landelijkheid voorbij te zien glooien.

Daar kan geen hometrainer en zelfs geen veldrit tegenop.

zaterdag 2 februari 2013

Huismus

Eén koolmeesje, een heggenmus, twee merels en een verdwaalde Turkse tortel. Dat is het voorlopig povere resultaat van een voormiddagje vogels tellen in onze tuin. Dat moest vandaag en morgen, zeiden ze bij Natuurpunt, vogels tellen. Tijdens het 'Grote Vogelweekend'.

Op de overigens puike website van de organisator van dit lovenswaardige evenement kun je een overzicht vinden van alle vogels die in je tuin kunnen opduiken. Inclusief de huismus. En laat ik nu net het gevoel hebben ooit te zullen reïncarneren als zo'n beestje. Omdat het thuis goed toeven, comfortabel wonen en liefdevol leven is.

Niet dat ik 'mijn kot' niet meer uitkom. Wel integendeel. Beroepshalve heb ik meer dan genoeg bezigheden om minstens zes dagen op zeven in de weer te blijven. Maar die paar weekavonden en weinige weekenddagen dat ik niet moet opdraven voor één van mijn jobs, kan ik met volle teugen genieten van het huismussenbestaan.

Als ik ooit voor één dag als huismus toch mijn vleugels zou mogen uitslaan om in een andere sector aan de slag te gaan, dan zou het in de wielerjournalistiek zijn. Met de wielermicrobe is het wat mij betreft zoals met eczeem: ik ben er erfelijk mee belast (langs vaderszijde). Voor één keer als reporter een belangrijke wedstrijd verslaan (geen kermiskoers, daarvoor kom ik mijn huismussenzetel niet uit)... Van start tot finish, van in de buik van het peloton, met de geur van rennerszweet en massageolie die mijn reukorgaan prikkelt... Ik zou er enkele heftige niesbuien voor over hebben.

In afwachting van zo'n once in a lifetime-kans blijf ik als huismus aan het televisiescherm gekluisterd bij elke 'wielermanifestatie' die naam waardig. Zoals het WK Veldrijden, bijvoorbeeld, al was het maar om de kriebels voor de start van het echte wielerseizoen, met klassiekers als de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, wat te bedwingen.

Maar voor dat wereldkampioenschap cyclocross zo meteen van start gaat, blijf ik nog wat op de uitkijk staan. Om te zien of er zich in extremis toch niet wat meer gevleugelde biodiversiteit ontplooit tussen de door paplaurier, klimop en klimhortenisa afgezoomde groene mini-long die we onze tuin noemen.

De kwelvogel die een paar dagen geleden deze mini-long nog onveilig maakte, is hier in ieder geval niet meer te bespeuren. Samen met de laatste sneeuw is ook hij verdwenen. Net als de vele vruchten aan onze sierappelaar.

zondag 20 januari 2013

Koers

Het zat er van kindsbeen af al in...
Ik beken: ik ben een koersadept. Een wielerfanaat. Niet dat ik elke zondag, als dekmantel voor het obligate cafébezoek, in een veel te nauw aansluitend pakje op een veel te dure fiets de wegen onveilig maak door te weigeren op het fietspad te rijden, om zo de automobilisten wat te koeioneren. Nee, mijn liefde voor het wielrennen uit zich in een vorm die vooral passief te noemen is (een paar zomerse fietroutenetwerkverkenningen van enkele tientallen kilometers op een toeristenrijwiel niet te na gesproken).

Wielrennen op tv, dát is een van mijn verslavingen. Of het nu gaat om de Boonens en Gilberts van deze wereld, om de ietwat ondergewaardeerde pistiers die meestal alleen tijdens de Gentse Zesdaagse even het scherm halen, of om de winterse koningen van het veldrijden: ik zie ze allemaal even graag en liefst zo vaak mogelijk aan het werk.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat ik de dopingsoap rond de zevenvoudige Tourbedrieger Lance Armstrong met meer dan bijzondere aandacht heb gevolgd. Deze vleesgeworden Pinokkio, patroonheilige der leugenaars, had zijn succesjaren louter te danken aan alle mogelijke hoofd- en bijwerkingen van heelder apotheekvoorraden met niet-toegestane medicijnen. Die nam hij cocktailgewijs tot zich om vervolgens als een geperfectioneerde versie van de Brit Tom Simpson - een ook al gedrogeerde Tourvedette met wie het in 1967 helaas minder goed afliep - zijn collega's te vernederen. Armstrong moet met zijn persoonlijk verbruik alleen al de farmaceutische industrie rond de recentste eeuwwisseling een fameuze financiële boost hebben gegeven.

Een van Armstrongs geliefde 'belazer-de boel'-producten was cortisone. Dat is een stof die ontstekingsremmend en pijnstillend werkt en een 'euforisch effect' genereert.

Laat diezelfde cortisone nu ook een veelgebruikt middel zijn ter bestrijding van jeukend eczeem, en laat ik om die reden op haast permanente basis een nuttige hoeveelheid van dat goedje in huis hebben.

Misschien moet ik met die cortisone toch overwegen om mijn tot dusver vooral passief bedreven koershobby in actieve competitievorm om te zetten. In de speciaal voor mij op te richten categorie van de krabbers (in de letterlijke én figuurlijke betekenis van het woord). Maar dan niet in zo'n nauw aansluitend wielertenuetje.

't Zou geen gezicht zijn.