Posts tonen met het label onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onderwijs. Alle posts tonen

dinsdag 10 februari 2015

Een eeuwigheid

Pootje lap. Dat is altijd lachen, gieren, brullen. Hoe harder de gelapte neergaat, hoe groter de hilariteit bij de lappers. En terwijl het slachtoffer zo snel mogelijk probeert recht te krabbelen, een meestal hopeloze poging onderneemt om te doen alsof er niets aan de hand is en haastig rondom zich kijkt in de hoop dat er niet té veel lachebekken getuige waren van het voorval, zijn de pestkoppen al verdwenen, op zoek naar een ander slachtoffer, of aan het broeden op een volgende 'goeie grap'.

maandag 2 december 2013

Uit het oog verloren

De ene, die wou trucker worden. De andere: friturist.
Iemand droomde van IT. En ik werd journalist.

Het was eind juni en we voelden ons klaar voor wat de rest van ons leven zou worden. Het post-humanioraleven. Hét leven, kortom. Want dat zou nu pas echt gaan beginnen, dachten we. Al speelde dat leven zich vanaf dan voor iedereen toch op een iets andere plaats af: in het leger, op het bureautje van de eerste werkgever of, gewoon, op ietwat andere schoolbanken (die van hogeschool of universiteit), in veel grotere klaslokalen die ze 'aula's' noemden en met véél meer studenten dan er ooit in 'onze' kleine klasgroepjes hadden gezeten.

Hoe dan ook: het kriebelde om eraan te beginnen. Aan weet-ik-veel wat. Zolang het maar elders was. Want we wilden uitzwermen. Uitvliegen. De vleugels strekken. Weg van waar we zaten (wisten wij veel dat we toch nog zouden te maken krijgen met de onontkoombaarheid van het bekende cliché, dat we de eens zo verguisde schooljaren later 'de schoonste tijd van ons leven' zouden noemen).

Om de leerkrachten van toen gerust te stellen: we zijn allemaal aan 'iets' begonnen. En we zijn allemaal 'iets' geworden. Van immoman tot airhostess. Van huisvrouw tot secretaresse.

Pas 26 jaar na datum hebben we dat voor het eerst kunnen vaststellen. Ruim een kwarteeuw nadat we als 18-jarigen de schoolpoort achter ons hoorden dichtslaan.

6ST, Zellik, 1986-1987. 
'Het klasje is bijna volledig / de foto is wel wat vergeeld' zong Johan Verminnen al in 1984. Het had de soundtrack van onze klassenreünie kunnen zijn, afgelopen weekend...

De klassenreünie van 6ST en 6BI. Van het Gemeentelijk Instituut voor Secundair Onderwijs in Zellik. Afstudeerjaar 1987 - nog geen tien jaar later zou de school ophouden te bestaan. 

Ondanks die paar kilootjes meer hier en daar - of die bril die in vervlogen tijden nog niet op onze neus stond - zagen we er met z'n allen nog goed uit, vonden we. Niet dat we dat met zo veel woorden hebben gezegd; het leek meer op een stilzwijgende overeenkomst die met algemeenheid van stemmen als goedgekeurd werd beschouwd.

5BI, Zellik, 1985-1986.
Veertigers, ondertussen, van wie sommigen met kinderen die al ouder zijn dan wij waren, de dag dat we elkaar uit het oog verloren.

Veertigers, ondertussen, en dus zelf al ouder dan heel wat van die leraressen toen die in de klas voor onze jeugdige neus stonden - en in onze (puber)ogen 'oude madammen' waren. We weten nu wel beter.

Veertigers, ondertussen, met eigen levens die zich, op een enkele uitzondering na, nog dicht rond de spreekwoordelijke kerktoren afspelen. Honkvast als we blijkbaar zijn. Van dat uitvliegen en uitzwermen is dus niet veel terecht gekomen. Alvast niet in letterlijke zin.

Het klasje was bijna volledig, de foto inderdaad vergeeld. Maar de ambiancemakers van toen, bleken ook nu nog de grapjassen van dienst. De zotte doos van vroeger had nog altijd even veel deugnieterij in de ogen. En de stille meisjes van weleer genoten ook tweeëneenhalf decennium later nog steeds van aan de zijlijn, zonder er veel woorden aan vuil te maken.

Ten afscheid hebben we onze geloften hernieuwd. Dat we nog eens zouden afspreken. Dat we het niet bij deze ene gelegenheid zouden laten.

En dat het nu geen 26 jaar meer zou duren.

zaterdag 1 juni 2013

Bescheiden rolletje

"Bedankt voor de lessen", zei ze. Het klonk welgemeend.

"Graag gedaan", zei ik.

Een eerste eigen interview doen én uitschrijven. Dat was de laatste opdracht voor de goed 90 studenten aan wie ik het afgelopen academiejaar Journalistieke Praktijk en Introductie tot Redactie- en Interviewtechnieken mocht doceren. Studenten die het eerste jaar Journalistiek volgen aan de hogeschool die vernoemd is naar de lakenkoopman en makelaar die in de 14de eeuw als opstandelingenleider de (economische) strijd aanging met de Franse bezetter en vandaag de wandel en (vooral) handel in zijn stad nog steeds in het oog houdt van op de Vrijdagmarkt.

Hoe schrijf je een goed nieuwsbericht (weze het in een krant of op een nieuwssite, weze het eentje dat wordt voorgelezen op radio of tv)? Hoe ziet een degelijke nieuwskop eruit? Wat moet je al in de inleiding van een artikel schrijven en wat kan verderop nog worden verteld? Hoe ga je om met bronvermelding? Hoe moet je citaten correct verwerken? Hoe maak je van een Frans of Engelstalig telexbericht een kort (Nederlands) krantenstukje? Wat zijn de valkuilen van een door een overheids- of privé-instantie verstuurd persbericht waar je als journalist niet mag intrappen? En hoe zet je gesproken interviewtaal om in een correct Nederlands zonder de nuances en de sfeer van het gesprek geweld aan te doen?

Het zijn maar een paar van de vragen die we in de praktijklessen met die jonge journalisten in spe proberen te behandelen. Om hen een basis te bieden. Om hen op weg te helpen bij het realiseren van hun studie- en beroepsdromen. Of om hen met hun voetjes (soms vrij stevig) op de grond te zetten, dat gebeurt uiteraard ook.

In de laatste les van het semester moesten ze hun eerste volwaardige interview uitschrijven. Een interview dat ze enkele dagen of weken voordien - in veel gevallen waarschijnlijk met trillende benen en een bibberende stem - hadden afgenomen. En dan zat het erop, de praktijklessen die voor heel wat eerstejaarsstudenten Journalistiek steeds weer een heuse reality check blijken.

Twee dingen probeer ik hen allemaal, nog los van de inhoud van die lessen, op het hart te drukken:
(1) wees gebeten om te weten (volg de actualiteit en maak er een gewoonte van, een passie, om 'mee' te zijn met wat er rond jou en in de wereld gebeurt)
(2) wees journalistiek actief (schrijf of maak reportages, voor een heuse krant of een vrije radiozender, voor een studententijdschrift of een verenigingenblad, dat maakt niet zoveel uit, maar oefen je pen en je journalistiek instinct al tijdens je opleiding)

Wat ze daarvan onthouden en oppikken? Wat hun eigenlijke journalistieke dromen zijn? Dat kan ik niet inschatten. Wie weet zie ik er later wel ergens eentje opduiken in de media, eentje van wie ik kan zeggen: "Daaraan heb ik nog les gegeven" (al klinkt dat dan nogal pedant). Maar voor hetzelfde geld krijg ik tenenkrullende uksels van wat ik lees of hoor, en zwijg ik stilletjes over mijn (bescheiden) rol in de opleiding van de kersverse journalist in kwestie.

Toch kan ook een bescheiden rolletje cruciaal zijn (dat leerde ik in het amateurtheater).

Dus als één studente op het einde van de lessenreeks vriendelijk en oprecht "Bedankt voor de lessen" zegt, antwoord ik met plezier en even gemeend: "Graag gedaan".