maandag 12 mei 2014

Terug van weggeweest

Zo nu en dan durft een mens al eens te verdwijnen - zij het niet in de plooien van de geschiedenis, dan wel achter en onder bergen dossierwerk. Het is me recentelijk ook overkomen. Maandenlang was ik nauwelijks nog te spotten op de sociale radar en werd ik, willens nillens, in een bureau-isolement gedwongen, met niet veel meer dan een laptop als 'beste (gelegenheids)vriend'. Tijdens en buiten de werkuren. 's Avonds en op weekenddagen.

De enige letters die nog uit mijn (computergestuurde) pen vloeiden, vormden samen vooral Engelse woorden en zinsconstructies - al werden mijn teksten achteraf gelukkig nog geredigeerd door een native speaker, kwestie van het Herman Van Rompuy-aanse Eurenglish er wat uit te filteren. En ja, I know, ik schreeuwde het eerder al van de daken, dat ik niet bepaald een grote fan ben van de taal van Shakespeare, tenminste als het aankomt op een toenemende insijpeling van Engelse termen in het Nederlands, maar deze keer had ik geen keuze. Om het met een door de meeste politici gebruikte (of misbruikte?) boutade te zeggen: 't was de schuld van Europa.

maandag 10 februari 2014

Tandenborstelmaffia

Niet dat ik een complotdenker ben, maar van één ding ben ik wel overtuigd: de tandenborstelmaffia bestaat. Wat meer is: ze is alive and kicking en ik ben een gewillig slachtoffer in de handen van deze meedogenloze camorra-lieden.

OralB, Philips, Braun... Ze hebben een lucratieve combine gesloten met de belangrijkste elektriciteitsproducenten én met het verenigde tandartsengild. Zelfs de fabrikanten van oplaadbare batterijen gaan in deze niet vrijuit.

Niemand eerder stelde deze bedenkelijke Cosa Nostra-praktijken al aan de kaak - laat staan dat de betrokkenen hierover ooit al aan de tand werden gevoeld. Zelfs onze eigenste rooie regerings-Don Quichot Johan Vande Lanotte - die nochtans al succesvol ten strijde trok tegen de hoge energie-, gsm- en internettarieven - heeft met betrekking tot deze materie het haar op zijn tanden nog niet laten zien. En dus zeg ik, Emile Zola-gewijs: j'accuse!

maandag 3 februari 2014

Goed gezelschap

Het was zo'n half jaar geleden dat ik nog in onze parochiekerk was geweest. Voor de begrafenismis van onze buurman. Maar nu was de aanleiding prettiger: een midwinterconcertje.

Veel dichter bij je huis kan cultuur niet komen wanneer je amper enkele honderden meters moet lopen om je vervolgens zo'n anderhalf uur lang te laten onderdompelen in een bad van sfeervol gezang.

Jorunn en Annelies (2de en 3de van link op de 2de rij) én Soetkin Collier 
(3de van rechts onderaan): ik (helemaal links onderaan) verkeerde 
in goed gezelschap in augustus 1996. 

zondag 26 januari 2014

Bahamontes

Een beetje verweesd en troosteloos. Met zichzelf geen blijf wetend. Ietwat verveeld en lusteloos. Zo voelt een rechtgeaarde wielerliefhebber zich wanneer de oktoberklassieker van de vallende bladeren in Lombardije alweer zijn beslag heeft gekregen en de volle drie maanden tot het begin van het nieuwe wielerseizoen als een grote, gapende leegte voor hem liggen.

Aftellen is dan het enige wat de homo cyclisticus nog rest. Aftellen. En wachten. Ondertussen wat verstrooiing zoekend bij het veldrijden, al stilt dat wekelijkse uurtje modderploeteren of wielerschaatsen  in bevroren velden de echte koershonger niet. Daarvoor worden die wedstrijden doorgaans te snel en met te weinig spankracht beslecht, is het peloton der gladiatoren op twee wielen té Vlaams en te klein en het aantal ter zake doende vedetten te dun gezaaid.

donderdag 2 januari 2014

Nieuwjaarsbrief


'k Ben al veel te groot geworden
voor een echte nieuwjaarsbrief
voor mijn ouders, mijn familie,
voor mijn vrienden en mijn lief

'k Ben ook niet zo'n grote fan van
goede voornemens en zo
Die beloftes hebben meestal
een laag haalbaarheidsniveau

En dan al die 'beste wensen'...
Ook al zijn ze zo oprecht,
- "goei' gezondheid, veel geluk" -
ik ben er niet echt aan gehecht

zondag 22 december 2013

Kleine meisjes worden groot

Seulement pour le plaisir des yeux. Zo heette de theaterproductie waarin ik voor het laatst acteerde - omdat de toneelmicrobe niet meer zo hard kriebelde.

Het was eind april 1999 en we speelden in de Gentse Tinnenpot.

Daar heb ik haar leren kennen. Als een van mijn medespeelsters. Als een klein meisje, nog. Amper 14 jaar. Zij uit Merchtem - waar ik tot dan in een theatergezelschap actief was - en ik uit Asse. Ik speelde taxi voor haar, om samen naar de repetities in de Arteveldestad te rijden. En ik zette haar nadien netjes thuis af.

Georges Perec
Seulement pour le plaisir des yeux was een bewerking van de imposante roman La vie mode d'emploi van Georges Perec (1936-1982). Het magnus opus van de Pools-Franse auteur is een verzameling van honderden verhalen van evenveel bewoners van een Parijs' appartementsgebouw. De jonge regisseur Katrin Verlende zette twaalf van die personages op scène. Om ze daar hun leven te laten inrichten. Om ze daar over hun leven te laten vertellen. Als in een micro-maatschappij, waarin iedereen vooral naast elkaar leeft.

Ik kroop voor de gelegenheid in en onder de huid van Adrien Jérôme, een uitgebluste schrijver die ooit succes had maar later de kost moest verdienen met het vertalen van kindergedichtjes. En zij, zij speelde een van de zusjes Breidel, de jongste bewoners van het pand, wier ouders waren vermoord.

Vorig jaar pas heb ik haar teruggezien. Ruim dertien jaar later - ondertussen was ze een volleerde actrice én zangeres geworden. Het was op tv, nota bene. In Iedereen Beroemd, de opvolger van het ongeëvenaarde Man Bijt Hond. Ze mocht het programma één dag per week uitgeleide doen. Met een ukeleleliedje.

En ik dacht: 'Kleine meisjes worden groot. En grappig.'

Ze heeft nu een heuse single uit. Met Nele Needs a Holiday, de meidengroep waarmee ze in 2010 al de jury van Humo's Rock Rally charmeerde. Háár meidengroep.

Nele maakt liedjes over gênante of eerder tragikomische situaties waar ze blijkbaar een patent op heeft (althans, dat wil ze ons toch doen geloven). Liedjes over dingen die mislopen. Over dingen die ze beter niet had gedaan. Zoals extreem opvallend uit de bol gaan, met - naar eigen zeggen - 'zeer subversieve danspassen', op een feestje waar dat niet echt wordt geapprecieerd.

Daar gaat haar recentste liedje over.

Of ik het clipje dat bij die single hoort, wilde delen op Facebook, vroeg ze. 'Ik zal dat eerst eens aandachtig en kritisch bekijken', dacht ik. En ik vond het hilarisch.

Maar u hoeft me niet op mijn woord te geloven. Oordeel zelf (en geneer u niet voor de plaatsvervangende schaamte: 't is maar om te lachen).

dinsdag 10 december 2013

Madiba

Madiba 1918-2013
Madiba is dood en begraven. Wereldleiders uit de vier windstreken brachten de eerste zwarte president van Zuid-Afrika nog een laatste eresaluut. En ik, ik moest tijdens de begrafenis van Nelson Mandela denken aan de eerste twee weken van december 2007. Toen zat ik met een bende jonge maar getalenteerde muzikanten zelf in Zuid-Afrika. Voor het Southern Wind-project, met een blank jeugdorkest van bij ons (Transpiradansa!) en zwarte zanger(e)s(sen) van ginder. 

Het werd een onvergetelijke trip. Al moest ik bij het heengaan van hét symbool van de strijd tegen de apartheid vaststellen dat de herinneringen aan dat prachtige land vol tegenstrijdigheden al serieuze vervagingsverschijnselen beginnen te vertonen.

Gelukkig heb ik van die orkestreis enkele dagboeknotities bijgehouden. Ik heb ze nog eens opgediept en doorgenomen. En het begon alweer te kriebelen om nog eens naar ginds af te reizen...

Tranpsiradansa! met Southern Wind

Aan de ene kant van de snelweg een nette wijk met relatief kleine maar mooie huizen, allemaal afgeschermd met een hek en - zoals in alle betere wijken - daarop de naam van de beveiligingsfirma die er de bewaking waarneemt. Aan de andere kant van diezelfde snelweg een krottenwijk, met in golfplaten opgetrokken barakken. Veel contrasterender kon het beeld bij het binnenrijden van Johannesburg nauwelijks zijn.

Een wolkbreuk die de straten in een mum van tijd blank zet. Meer zelfs: een regenval die zo hevig is dat een bruine waterstroom alle verkeer quasi onmogelijk maakt. Ook dat is Zuid-Afrika.

We ondervonden het bij ons bezoek aan het Ipelegeng-centrum in Soweto. Soweto is de South Western Township van Johannesburg waar de zwarte bevolking in de beginjaren van de Apartheid, bijna zestig jaar geleden, naartoe werd gedreven. Jo’burg was toen dé stad van de goudontginning. Zwarten werden er door de blanke industriëlen uitgebuit: ze moesten er werken in miserabele omstandigheden voor bijna geen geld. Van heinde en verre kwamen ze naar Johannesburg maar huisvesting kregen ze er aanvankelijk niet. Het ontstaan van de township was – hoe pover de behuizing ook – een resultaat van één van de vele sociale ‘struggles’ van de autochtone bevolking in de naoorlogse jaren.

Op weg naar Soweto hebben we eindelijk, het échte Zuid-Afrika gezien. Johannesburg is, let’s face it, een vrij westerse stad. Het is maar bij het verlaten van het centrum en het binnenrijden van de buitenwijken dat je het echte plaatje te zien krijgt. De barakken waarin de zwarten wonen, de kinderen die op straat spelen zonder westers of ander speelgoed, de mensen die noodgedwongen het grootste deel van de dag op straat doorbrengen, de armen die op de vuilnisbelt op zoek gaan naar nog bruikbare materialen, een huwelijk – jawel – dat door heel de wijk luidruchtig wordt meegevierd... We kregen het in nauwelijks een halfuur tijd allemaal voorgeschoteld.

We konden ter plekke uiteraard ook niet buiten twee musea over het meest verschrikkelijke deel van de recente Zuid-Afrikaanse geschiedenis...

We bezochten het Apartheidsmuseum. Van een aangrijpende belevenis gesproken. Met videobeelden, pancartes, beelden, verhalen en authentieke documenten, in een heel indrukwekkende setting, liepen we zo door enkele decennia van rassensegregatie én kregen we bovendien de historische achtergronden van een van de meest afschuwelijke politieke systemen van geïnstitutionaliseerd racisme voorgeschoteld. Onze zwarte zanger(e)s(sen) wilden niet mee naar binnen. "Een té emotionele belevenis", klonk het.

Nadien naar het Hector Peterson-museum gereden – na ruim een halfuur wachten omdat de straten zo goed als overstroomd waren. Alweer een beklemmende ervaring. De 13 jaar jonge knaap naar wie het museum werd genoemd, was maar één van de 565 jongeren die op 16 juni 1976 omkwam toen de politie het vuur opende op een massabetoging van zwarte scholieren. Die protesteerden tegen het feit dat ze hun lessen biologie, aardrijkskunde of wiskunde niet alleen in het Engels – voor hen, na onder meer het Zulu ook al een tweede taal – maar voortaan ook in het Afrikaans zouden krijgen (de taal die door de Nederlandse kolonisator al in de 17de eeuw in het zuiden van het zwarte continent
werd ingevoerd).

Internationals, nota bene - speelde zich een ontroerend moment af. Op een van de laatste nummers begon een oudere dame helemaal alleen voor het podium te dansen.

Mama Soweto
Toen we aan het eind van onze concertreis in een uitgeleefd zaaltje in de sloppenwijken van Soweto een concert mochten spelen - samen met de Vlaamse band

Onze dirigent kreeg er zowaar tranen van in de ogen. En ik, ik heb er een foto van genomen. En bij terugkomst, in ons koude Belgenlandje, heb ik er een liedtekst over geschreven, later nog ingezongen en opgenomen door onze Zuid-Afrikaanse vrienden. Want alleen zij konden zo goed de hoop vertolken in de blues van een song.



De blues is niet verdwenen met het afschaffen van de apartheid.
Met het heengaan van Madiba zal (hopelijk) ook de hoop niet verdwijnen.


Mama Soweto

A sunny Jo’burg
Soweto Sunday
When you were dancing
While we just played our song

Y’looked like the old girl
Who walks the Streets of London
With clothes as rags that fit in two bags
Like everything you own

Your flashy worn out sneakers
Never did take you elsewhere
Like fate did never lead you
to grief or to despair

So you keep dancing, Mama
As lonely as you do
And we’ll keep tryin’ to join you in chantin’:
“Amandla awethu”