maandag 22 april 2013

Tussen de scherven van het verleden

Theofiel Van Vaerenbergh, alias Manke Fiel (1889-1971).
Theofiel Van Vaerenbergh. Veel gewoner kon een naam in het naoorlogse Vlaanderen niet klinken. En hoe eenvoudig, bescheiden of naïef de man zelve ook was, toch staat hij in 'mijn' Asse nog altijd bekend als een opmerkelijk, uitzonderlijk figuur. Meer nog: in deze ondertussen sterk verstedelijkte gemeente tussen Brussel en Aalst werd de Erfgoeddag 2013 volledig aan hem gewijd. Aan Theofiel Van Vaerenbergh, alias Manke Fiel (1889-1971).

Niet dat ik de man nog heb gekend. Wat ik over hem weet, heb ik 'van horen zeggen'. En uit het boek dat mijn dooppeter schreef over deze zonderling.

Manke Fiel werd zo genoemd omwille van zijn stijve linkerbeen - hij had zelfs een fiets met maar één trapper. Fiel was een vrijgezel die om den brode zowel klompen als 'ziften' (zeven) maakte maar ook nettenwever, hovenier en herbergier was. Hij verhuisde in 1936 naar Terlinden, een nu nog groen en heuvelachtig stukje Asse, dicht bij de gemeentegrens met Ternat, dat niet voor niets 'klein Zwitserland' wordt genoemd en een paradijs is voor wandelaars - we ondervonden het afgelopen zondag nog eens met graagte aan den lijve, alle gevaren van het beginnend hooikoortsseizoen trotserend en de daarmee gepaard gaande jeuk negerend.

De kinderen kwamen zo'n zeventig jaar geleden ook al graag naar Terlinden. Om er te spelen. En om Manke Fiel te bezoeken, want die had een klein vijvertje met vissen. Omdat Fiel ne collectioneur was, brachten de kinderen kleinoden mee die ze thuis of op de tocht naar deze uithoek van hun dorp hadden gevonden: knopen, speldjes, oude munten, fietsplaten, kaarten of scherven van tegels, spiegels en aardewerk. Ze lieten met plezier een pot vallen om de stukken ervan aan Fiel te kunnen schenken. Die hield alles keurig bij en broedde op een plan. Hij zou er een museum mee maken. De scherven verwerkte hij, als een volkse versie van de Catalaanse architect Gaudi, in mozaïeken metselwerkjes. Niet omdat hij zichzelf als een kunstenaar zag, wel om de kinderen te plezieren. En om de door hen meegebrachte 'schatten' een onderkomen te gunnen.

Torentjes metselen voor de kinderen: Fiel ten voeten uit.
Zo ontstond zijn 'Museum de Varenberg' - de man kon nauwelijks zijn eigen naam correct schrijven. Een museum zonder thema, met een collectie die niet meer was dan een amalgaam van sabels en speren, geweren en pistolen, slangenvellen, postkaarten, schilderijtjes en andere 'inboedel' die dezer dagen de naam 'bezienswaardigheid' niet meer zou verdienen, maar die wel paste in een rariteitenkabinet waaraan in tv-loze tijden nog graag een bezoekje werd gebracht.

Veel meer dan een museum, echter, was Manke Fiels stekje een soort toevluchtsoord, een attractiepark waar kinderen zich te allen tijde konden komen vermaken. Door er op een minuscuul vijvertje te varen. Door van op een speciaal daarvoor gebouwde uitkijkpost zeven kerktorens te spotten. Door zich te vergapen aan de manier waarop Fiel 'hun' scherf in een nieuw bouwsel had vereeuwigd. Door zich te verbazen over een bloem die - dankzij een slimme trompe l'oeil-constructie van de conservator - in een waterput leek te bloeien. Of door er ne gêile limonâd te drinken of e stuk sjokolat te snoepen. En door er, later, af te spreken met het eerste liefje.

Fiel en zijn 'monica'.
En de volwassenen? Die kwamen ook met velen - zelfs schrijver Louis Paul Boon was een fan! Ze kwamen er verpozen, tijdens of aan het eind van een wandeling. Ze wilden zien waar hun kinderen zo graag rondhingen. Ze kwamen de constructies bewonderen die de grote kindervriend voor 'het nieuwe seizoen' had gefabrikeerd. En ze kwamen er liedjes zingen, door Fiel zelf begeleid op trekharmonica, met teksten die door Assenaren waren geschreven op populaire melodietjes als Het loze vissertje. Teksten die Fiel - van 'commerce doen' had hij wel verstand - aan het gewillige publiek verkocht voor 1 frank. "Merci, alstablieft", klonk het steevast.

De man mocht dan niet geschoold zijn, beleefd en respectvol was hij wel. Dat blijkt ook uit een van de geluidsopnames die van hem bewaard zijn gebleven, uit een interview met de Assese kunstschilder en heemkundige Karel De Bauw, ergens in de jaren zestig.


Hoe eerbiedig Manke Fiel met groot en klein omging, ongeacht rang of stand, zo triest is de manier waarop met zijn nalatenschap werd omgesprongen. Fiels levenswerk werd quasi onmiddellijk na zijn overlijden geplunderd, vernield en, letterlijk, op straat gezet. Niet echt een voorbeeld van oordeelkundig omgaan met lokaal erfgoed. Vandaag herinneren alleen de Muzeumstraat, het woonhuis zelf en een gedenksteen die er in 2009 werd onthuld nog aan de man die er generaties kinderen en ouders met open armen ontving en animeerde. Met of zonder trekzak.

Le Palais idéal du facteur Cheval.
Is het als collega-harmonicaspeler dat ik me wat verwant voel met deze volksmuzikant pur sang? Of is het zijn eerder poëtische architectuur en art brut die me - net als de befaamde architect Bob Van Reeth - aanspreekt? Zoals ook het Palais idéal du facteur Cheval me fascineert: een gigantisch 'monument van koppigheid' in het Franse Hauterive, in de Drôme-streek, het werk van een postbode die, een halve eeuw voor Manke Fiel, 33 jaar van zijn leven spendeerde aan de bouw ervan.

Als ik er zo over nadenk, is het vooral 's mans kinderlijke verwondering die me beroert. Een verwondering waar hij op zijn beurt al zijn bezoekers op trakteerde, de kinderen voorop. Een verwondering die in deze iPod- en iPad-tijden de allerkleinsten niet meer is gegund.

Met één muisklik of één vinger op het touchscreen van de smartphone krijgen we de meest fantastische maar ook de meest gore dingen te zien. We hebben alles en kunnen alles vinden, en vooral: we willen onze kinderen niets ontzeggen. Waardoor we hen net een van de meest kostbare dingen ontnemen: de verwondering.  Die zijn we zelf ook kwijtgespeeld. Ergens onderweg, op zoek naar de vooruitgang. Tussen de scherven van het verleden. Tussen de scherven van de bouwsels van eenvoudige lieden als Manke Fiel.

dinsdag 9 april 2013

RIP Maggie

Dat Margaret Thatcher de Zuid-Afrikaanse vrijheidsstrijder Nelson Mandela een terrorist noemde en de Chileense dictator Pinochet een vriend, dat was misschien wat bij het (very British) haar getrokken.

RIP Margaret Thatcher (1925-2013).
Dat ze mordicus vasthield aan de ultraliberale theorieën van de Amerikaan Milton Friedman en zijn Oostenrijkse geestesgenoot Friedrich Hayek, beiden Nobelprijswinnaars voor Economie midden de jaren '70, kon je haar ook verwijten - vandaag doen weinig opinie- en beleidsmakers nog afbreuk aan de op zijn minst minimaal sociaal gecorrigeerde vrijemarkteconomie, maar daar wilde the Iron Lady als kind van haar tijd niet van weten. Daarom was ze ook een koele en eerder opportunistische minnaar van de EU: zolang de eengemaakte markt de Britse bedrijven ongebreidelde exportmogelijkheden bood, had ze wel wat geld veil voor Europa, maar zodra 'het monster van Brussel' te veel regeltjes begon op te leggen, speelde haar allesoverheersende allergie voor het socialisme weer hevig op en riep ze "I want my money back".

Noem haar koppig, noem haar onverzettelijk, een windhaan was Margaret Thatcher-Roberts in ieder geval niet. Waren het de paramilitairen van het IRA, de Argentijnse junta op de Falklands of de mijnwerkers van haar legendarische 'rode' aartsvijand en vakbondsleider Arthur Scargill, allemaal verloren ze de strijd tegen de eerste, enige en langst regerende premier van het Verenigd Koninkrijk in de 20ste eeuw.

Nu valt er wel één en ander te zeggen over haar economische en sociale visie (hoewel, sociaal... in het woordenboek van Thatcher, die alle heil verwachtte van het individu en bij uitbreiding van de optelsom van alle individuele prestaties, was geen plaats voor begrippen als 'gemeenschap' of 'solidariteit', getuige daarvan haar bekende quote "There is no such thing as society"). Als politica, roept ze hoe dan ook bewondering op. Al was het maar omwille van de door haar consequent gehanteerde stijl.

Zij was niet degene die haar bevolking probeerde te plezieren, ze zei niet die dingen waarvan ze dacht dat ze bij haar kiezers zouden scoren. Zij was niet degene die (van 1979 tot 1990) regeerde bij gratie van de waan van de dag, ze wrong zich niet in honderden bochten om eerdere beslissingen af te zwakken of terug te komen op ingenomen standpunten. Margaret Thatcher, dat moet je haar nageven, was een politica met visie én met dadendrang. Loodgieterij en het betere bochtenwerk waren niet aan haar besteed. Ze deed wat ze zei. Punt.

Smachten we daar in deze getormenteerde tijden niet allemaal naar? Naar politici die zelf een duidelijke visie ontwikkelen en, zodra ze aan de macht zijn, die ook volgen in het door hen uitgestippelde beleid? Naar bewindvoerders die kiezers zoeken om de in hun politieke programma uitgestippelde ideeën te steunen, in plaats van - zoals het al te vaak gebeurt - na te gaan wat de mainstream ideeën van de kiezers zijn om daar dan een halfslachtig programma rond te bouwen? Van die laatste soort lopen er in de Wetstraat én de Dorpsstraat al te veel rond, als je 't mij vraagt. En het is van die soort dat ik 'uksels' krijg.

Je kunt Margaret Thatcher dan wel verketteren omwille van haar sociale afbraakwerken, als standvastige politieke rots in de branding heeft ze voor heelder generaties policy makers na haar een voorbeeld gesteld. Laat dat, wat mij betreft, haar voornaamste legacy zijn.

dinsdag 2 april 2013

De Kiekeboes achterna

Le Coq sur mer. Geef toe, het klinkt heel wat chiquer dan De Haan aan zee. Toch is het, in tegenstelling tot veel andere Belgische kuststeden, niet de taal van Molière die dezer dagen overheerst in dit idyllische badplaatsje. Veel meer dan Frans hoor je er Duits spreken. Dat konden we afgelopen paasweekend zelf vaststellen, begeleid door een eerste bescheiden lentezonnetje, voor, tijdens en na onze wandeling door de Duinbossen. Dat is eeen prachtig, ruim 150 hectare groot natuurgebied dat we met graagte middels een drie uur durende wandeling hebben verkend en waar we in een iets warmer seizoen met plezier nog eens naar terugkeren.

Hoe het zou komen dat De Haan zo'n aantrekkingskracht uitoefent op de Duitse toerist? Het antwoord op die vraag hoef je niet ver te zoeken: de belle-époquestijl die er wonderwel het verschrikkelijke hoogbouw-vooruitgangsdenken heeft weten te weerstaan, herinnert onze oosterburen misschien aan hun zo geliefde Fachwerk-huizen. 

Het instandhouden van de befaamde en ondertussen beschermde Concessiewijk is wat mij betreft een voorbeeld bij uitstek van hoe een zon-zee-strandgemeente, zonder zich schuldig te maken aan de wijdverspreide verminkende appartementisering van onze kustlijn, toch en masse de Homo Touristicus kan verleiden. De Haan doet dat, als uitzondering op de regel van de collega-kuststeden, met stijl. Je vindt er nauwelijks fastfood-snackbars, lunaparken, billenkarverhuurders, marginale boetieks of strandbal-schopje-emmertje-winkels. Een verademing, zowaar, voor een allergiepatiënt als ondergetekende die naar de kust trekt voor de gezonde lucht en de rust, en niet om er keer op keer in de drukte te belanden van een zich dik consumerende meute die haar gebrek aan smaak zonder gêne etaleert door met té weinig textiel en daardoor ook vaak té verbrand vlees op de dijken te paraderen, als het kan vergezeld van een gedrocht van een hond die al even ongegeneerd zijn kakske kan droppen waar het hem uitkomt.

Nee, geef mij dan maar De Haan, dat zich vanaf het einde van de 19de eeuw ontwikkelde als badplaats. De vermaledijde koning Leopold II liet in 1887 een plan ontwerpen om de duinen tussen Oostende en Blankenberge te bebossen en om te vormen tot een groot park. Ter hoogte van het huidige De Haan werd plaats gemaakt voor een verkaveling met modelvilla's, geïnspireerd op de Engelse tuinwijken. Die cottagestijl, vermengd met art deco-elementen, charmeert ook in deze 21ste eeuw nog met, naast het kenmerkende houten vakwerk, witte puntgevels, rode daken, versierde balkonnetjes, torentjes en dakkapellen.
Het pittoreske tramstationnetje van De Haan.

In 1902 verbleef koning Albert I, toen nog prins, er een maand in Villa Aurore, dezelfde villa waar wij zopas nog twee nachten B&B-gewijs vertoefden. En zelfs Nobelprijswinnaar Albert Einstein wist die Concessiewijk wel te smaken, zij het als tijdelijk onderduikadres in de zomer van 1933 en in afwachting van zijn trip naar Londen, op de vlucht voor het  antisemitisme dat toen al hoogtij vierde in Duitsland. 

Om het lijstje met gerenommeerde bezoekers van De Haan aan te vullen: de Kiekeboes, Vlaanderens populairste stripfamilie, beleefden er een spannend avontuur tijdens Trammelant, het jaarlijkse retrofeest dat het opkomende zeetoerisme aan het begin van de 20ste eeuw evoceert, met het pittoreske tramstationnetje en de omliggende belle-époquegebouwen als uitgelezen decor. 
Ook de Kiekeboes verbleven even in De Haan.

Bij terugkomst van onze deugddoende De Haan-tweedaagse heb ik dat Kiekboes-album, Alle eendjes, nog eens opgediept en herlezen. Al was het maar om dat weekendje-weg-gevoel nog wat te verlengen. En om de gedachten aan de ratrace die een dag later weer meedogenloos zou worden ingezet, nog wat uit te stellen. 

vrijdag 22 maart 2013

Koffiejunk

Iedereen heeft recht op een afwijking, het is één van mijn geliefkoosde uitspraken ofte vaak uitgesproken boutades. Weze het een fobietje, een uit de hand gelopen hobby of een verslaving.

Qua fobieën hou ik het bij hoogtevrees (ik kruip zonder veel problemen op een ladder maar laat me in de buitenlucht zonder veel houvast een te steile trap of helling afdalen, met zicht op dal of afgrond, en het zweet en 'den bibber' breken me uit). Van enige verzamelwoede kun je mij niet echt verdenken maar verslavingen, ja, daarvan zijn er toch enkele mijn deel - zij het van het iets minder ernstige soort.

Al ben ik geen vaste klant van een drug- of andere hulplijn, toch heb ik in mijn medicijnkastje genoeg anti-allerigepillen en cortisonezalfjes om bij een inval van enkele Vlaamse dopingcontroleurs zonder pardon tegen de lamp te lopen. Eén geruststelling: ik ben niet echt een competitiebeest, laat staan een gedreven sporter (voor wie van eufemismen houdt: dit is in ieder geval een kanjer van een voorbeeld van deze ietwat verdoezelende stijlfiguur). En wat de verslaving an sich betreft: 't is niet dat ik dagelijks hunker naar die middeltjes, maar mijn overijverig immuunsysteem noopt me meer dan me lief is tot slikken en smeren. En tot krabben, al wil ik dat niet echt als een 'afhankelijkheid' zien. Ik beschouw die vorm van jeukbestrijding eerder als een 'onbedwingbare drang'.

Waaraan ik wel verslaafd ben, is de actualiteit. Neem me 's ochtends mijn dagelijkse portie met nieuws bedrukt krantenpapier af, en er valt met mij geen land meer te bezeilen. Om 19u is het Journaal op Eén vaste prik ten huize van ondergetekende en meer dan één nieuwssite heeft aan mij een ultraloyale bezoeker.

Over een andere verslaving - die aan de koers - had ik het eerder al op dit eigenste virtuele uksel-plekje. Van afkicken is tot nader order nog een sprake. Integendeel: dit voorjaar wentel ik me weer met graagte in mijn patiëntenrol als het over de kijken-naar-wielerwedstrijden-op-tv-gewenning gaat. Een dokter raadpleeg ik daar niet voor: de dreigende ontwenningsverschijnselen zouden van mij een minder aangenaam mens maken dan ik ben als tv-koersenjunkie (stilletjes in de zetel zittend, hooguit een glaasje water bij de hand, zonder de drang om de wedstrijd zelf te commentariëren, laat staan luidruchtige supportersgezangen aan te heffen of dito kreten te brullen).

Zo erg is mijn koffieverslaving nu ook weer niet...
De enige echte vorm van verslaving waarbij ik, af en toe, te maken krijg met tekenen van fysieke afhankelijkheid, is mijn koffie-addictie, mijn liefde voor het bittere zwarte vocht, voor een schamel bakje troost, voor dat (politiek incorrecte) negerzweet, voor het warme aftreksel van geroosterde koffiebonen... Al is koffie drinken bij mij vooral een soort plaatsgebonden ritueel: in mijn bureau in Puurs en op de redactievloer (als alibi om eens van achter die computer vandaan te komen) of op school, in de lectorenruimte, tussen twee lessen door.

Thuis staat er nooit een thermos klaar. Daar komt de Senseo pas in actie om bezoekers te verwennen of om de sporadisch opkomende zeurende hoofdpijn te verdrijven. Een hoofdpijn die me enkel in het weekend durft te teisteren. Net omdat mijn koffie-inname zich doorgaans uitsluitend op weekdagen situeert, gewoontedier als ik ben, en ik op zaterdag en zondag dat gebruik doorbreek. Tot die hoofdpijn dus begint op te spelen en ik bezwijk. Eén kopje is dan genoeg om de dag verder pijnloos door te komen.

Misschien moet ik toch wat proberen af te kicken. Al is thee geen alternatief: van warm water met een kleurtje en een geurtje word ik niet echt blij. Met één uitzondering. Als ik wat verkouden ben, krijg ik van mijn huisgenote Marokko-muntthee met honing. En met veel liefde. Daar kan zelfs een koffiejunk als ik niet aan weerstaan.

donderdag 14 maart 2013

Passie en weemoed

Waaraan Argentinië mij doet denken?

Aan de tango, naturalmente. En aan Che Guevara, si. De revolutionaire vrijheidsstrijder wiens portret wereldwijd miljoenen T-shirts en andere kledij siert, mag dan wel hebben gevochten voor Cuba, zijn roots lagen in de Zuid-Amerikaanse pampa's.

Evita Perón, de betreurde presidentsvrouw die - amper 33 lentes jong maar onmetelijk populair - in 1952 bezweek aan kanker: ook haar associeer ik met dat grote buurland van Chili. Ook al beleefde Evita haar hoogdagen 'ver voor mijn tijd', de musicalhit Don't cry for me, Argentina hoor ik als het ware zo uit haar strot komen.

Gabriela Sabatini: Argentijnse postergirl.
Nu ik het toch over schoon vrouwvolk heb, duikt Gabriela Sabatini weer op in mijn gedachten. Zij verdedigde in mijn jonge jaren de Argentijnse eer op menige tenniscourt. Als tiener in de jaren '80 waren er minder aangename verschijningen om naar te kijken. Als rasechte postergirl was zij toen hét exportproduct van haar land en als dusdanig de voorbode van de Maria Sharapova's van deze wereld (die, toegegeven, bij nader inzien een hoger pin-upgehalte hebben dan Sabatini, maar een met zijn hormonen worstelende puber is soms gauw tevreden).

Ander sporticoon van 'daar beneden' is Lionel Messi, de man die Pele stilaan van de troon stoot als beste voetballer aller tijden. Hij overtroeft ook zijn beruchte voorganger/landgenoot Maradonna, die op het WK van 1986 in Mexico tegen Engeland scoorde met een handsbal en die goal omschreef als gemaakt door "de hand van God".

En met die 'hand van God' zijn we bij eerwaarde Jorge Mario Bergoglio beland, voortaan aan te spreken als Zijne Heiligheid Franciscus I. "Ze zijn mij aan het andere eind van de wereld komen halen", zo sprak de 76-jarige aartsbisschop van Buenos Aires en kersverse paus tijdens de 'balkonscène' na zijn verkiezing. Ik hoop voor hem dat ze hem 'van hierboven' niet te snel komen halen. Dat hij de kans krijgt om van het door zijn voorganger gecreëerde precedent een traditie te maken zodat hij, wanneer hij zijn krachten voelt afnemen, ook 'ontslag neemt uit zijn ambt' en abdiceert. Dan kan hij nog wat van zijn laatste levensjaren gaan genieten in Buenos Aires, de stad van de goede luchten. 

Ik moet daar dringend eens naartoe, want 'goede luchten' zijn helend voor door jeuk getergde allergiepatiënten als ik. Al zal ik die buenos aires, gecombineerd met het opsnuiven van wat jodium, voorlopig aan onze Belgische kust moeten gaan zoeken - zo'n uitstapje is op korte termijn net iets makkelijker in te plannen dan een trip naar Patagonië.

In die gezonde lucht van aan de Noordzee een paar tangopasjes placeren, daar ga ik me niet meteen aan wagen, zelfs niet als ik me per se in Argentijnse sferen wil onderdompelen. Doe me dan maar een cd met deuntjes van Astor Piazzolla en zijn bandoneon, dé muzikale held van het thuisland van de nieuwe paus. Met een mix van passie een weemoed. Meer moet dat niet zijn.

maandag 4 maart 2013

Iets masochistisch

En of het kriebelt... Nee, niet de lente. 't Is te zeggen: ja, die ook, maar nog meer voel ik de reiskriebels nu al opborrelen. Omdat het vliegtuig en de huurauto net zijn geboekt én de reservatie naar twee B&B's is verstuurd.

Het plannen van zo'n weekje 'ertussenuit' heeft eigenlijk wel iets masochistisch. Want hoewel ik nog niet in die mate overwerkt ben dat ik dringend aan vakantie toe ben, heb ik het toch moeilijk om er niét aan te denken, aan dat aangename vooruitzicht. Vergelijk het met een wortel die de ezel wordt voorgehouden, goed wetende dat hij er (nog) niet kan in bijten.

"Focus leggen, Peter! Concentreren! Bij de zaak blijven! Negeer de wortel nog even, hij zal straks eens zo goed smaken", dixit het engeltje dat aan mijn ene oor luider probeert te roepen dan het duiveltje op mijn andere schouder.

Oké, oké, het engeltje wint (alweer).

Omdat ik het mij voorlopig dus niet kan permitteren om in mijn overvolle agenda plaats te maken voor uren-, laat staan dagenlange dromerijen over de gekozen bestemming, gun ik lezer dezes wel al zulke geestelijke reis-in-tijd-en-ruimte-verplaatsingen.

Hier gaan we dus naartoe:


En naar daar ook:


En naar ginder:


Op simpele aanvraag wil ik een afdruk van bovenstaande foto's bij u thuis komen signeren en er een 'zonnige reisgroet' op schrijven. Dat bespaart weer wat uitgaven op ons postkaartjes-en-dito-zegels-budget. Centjes die we extra kunnen besteden aan aperitieven (want bij elke vakantiedag in het buitenland hoort een aperitief van de streek, zo hebben wij jaren geleden al beslist).

Een extra bus zonnecrème zal evenmin een overbodige luxe zijn, want de mij treiterende vervellingsprocessen (zie mijn 'Klachten aan de Schepper') en bijhorende 'uksels' gaan op gewone dagen al vaak genoeg in overdrive, dat ik bijkomende huidperikelen als gevolg van een eventuele zonneslag graag vermijd.

"En nu weer aan de slag, dagdromer! Nog enkele maanden geduld!"

Dat was dat engeltje weer.

Het duiveltje lijkt vaak sympathieker maar het engeltje heeft meestal gelijk. Al neem ik op reis geen van beiden mee. Alleen wat kleren, een paar goeie boeken én mijn allerliefste, uiteraard. De rest, mijn 'uksels' inclusief, laat ik thuis. Dat is tenminste het plan.

vrijdag 22 februari 2013

Tussen de soep en de patatten

'We behoren, met de Ieren, tot de grootste aardappeleters van Europa, en we scoren net als Ierland heel hoog in de diabetesstatistieken.' Een tafgelgenoot uit Finland vertrouwde me afgelopen week dit wistje-datje toe toen ik hem vroeg naar de favoriete culinaire uitspattingen van de modale inwoner van Suomi. Of er een correlatie bestaat tussen het hoge aardappelverbruik en de veel voorkomende symptomen van suikerziekte, dat kon onze Finse vriend Anssi, tussen de soep en de patatten (of beter: de frieten, vergezeld van een stevige en goed doorbakken steak), niet bevestigen.

Nu lijkt het met dat aardappelverbruik in het hoge Noorden nog wel mee te vallen, zo weet professor Google me te vertellen. Niet alleen in Ierland maar zelfs in Portugal, het Verenigd Koninkrijk, Griekenland, ons land (weliswaar in combinatie met Luxemburg), Spanje, Nederland en Zweden worden per hoofd meer aardappelen verbruikt dan in Finland.

Een van mijn toppers: gevulde aardappel.
Ikzelf mag ze liever in 'verwerkte' vorm serveren en consumeren, de geliefde patatten: als puree 'natuur' of stoemp (met wortel, prei of champignons), als frietjes en kroketten of in schijfjes gebakken in de pan, met flink wat boter. En de echte topper (een van mijn specialiteiten als gelegenheidskeukenprins): gevulde aardappelen, met een mix van puree, geplet (zachtgekookt) ei, gestoofde ui, wat groene kruiden en garnaaltjes, overgoten met een mousselinesausje.

Mijn handen jeuken om er nog eens mee uit te pakken, met dat gevulde aardappelgerechtje (een andere, recent ontdekte topper van eigen makelij, is mijn eigen versie van stoofvlees à la Flamande, al wordt ook gevuld witloof - met een gehakt- en mosterdmengeling én gerookt spek - ten huize van ondergetekende fel gesmaakt).

De jongste weken is het vooral mijn geliefde huisgenote die in de keuken de lekkere plak zwaait. Zij had de dezer dagen gehypete actie Dagen zonder vlees niet nodig om het vlees in onze potten en pannen tot een minimum te beperken - we aten al langer 'bewust' minstens één dag per week vegetarisch en minstens één keer om de zeven dagen vis.

Sinds een paar weken wordt het aandeel groenten in ons huiselijk voedingspatroon gevoelig opgevoerd, tot ieders tevredenheid, trouwens. Niet alleen 'omdat het gezond is', maar ook bij wijze van experiment. Om na te gaan of een lager vleesverbruik en vooral een verhoogde groente-inname enig effect zou hebben op de eczeem en bij uitbreiding op die vreselijke 'uksels' die mijn vel teisteren.

Echte resultaten van mijn proefkonijnschap op dat vlak kan ik nog niet meegeven. Wel dat ik de vegetarische risotto's, ovenschotels, stoofpotjes en slaatjes best kan pruimen (met dank aan het uit de bib ontleende kookboek Donderdag Veggiedag).

Vanavond staat kaasschnitzel met een mix van winterpostelein (een van die vergeten groentes), kiwi en noten op het menu. Als het klopt dat de liefde van de man door de maag gaat, dan hoor je mij in ieder geval niet klagen. En wordt de jeuk er niet mee verdreven, dan heb ik toch lekker gegeten. En geproefd hoe liefde echt smaakt.